Vogel
Madagascarbijeneter
Madagascarbijeneter
Merops superciliosus
Log in om deze soort toe te voegenDe Madagascarbijeneter behoort tot het geslacht Merops binnen de familie van Bijeneters (Meropidae).
Deze kleurrijke vogel komt voor in graslanden en kustgebergtebossen in Oost-Afrika, Madagaskar en delen van zuidelijk Afrika. Hij leeft voornamelijk van vliegende insecten zoals bijen en broedt in holen in zandbanken. Hij is gedeeltelijk migrerend en vlucht tijdens het droge seizoen naar noordelijkere gebieden.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Scharrelaars (Coraciiformes)
- Bird Family
- Bijeneters (Meropidae)
- Bird Genus
- Merops
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Bijeneters
Bijeneters zijn kleurrijke, insectenetende vogels die vooral voorkomen in warme, open landschappen. Ze zijn zeer actief vliegers en hebben in de avicultuur behoefte aan ruime volières met voldoende vlieg- en nestgelegenheid, veel zonlicht en droogte. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: ruime volière (10–20 m² per koppel, ≥ 3 m hoog) met zand- of leembodem voor nestgangen of kunstmatige nesttunnels; enkele zitstokken op verschillende hoogten.
- Klimaat: warm en droog; temperatuur boven 18 °C; bescherming tegen wind en regen; in koude periodes verwarmd binnenverblijf.
- Sociaal: kolonievogels; groepshuisvesting mogelijk met voldoende ruimte en nestgelegenheid; tijdens broed voldoende afstand tussen nestgangen.
- Voeding: insectenrijk dieet (bijen, krekels, libellen, sprinkhanen); aanvullen met meelwormen, wasmotlarven, zacht insectenvoer en supplementen; altijd vers drink- en badwater.
- Overig: volière met natuurlijke zonlichttoegang; droge omstandigheden essentieel; zandwanden of nestbuizen bevorderen broedsucces.
Man:
De man heeft een opvallend helder groen verenkleed met een iriserende glans. De kop is voorzien van een kastanjebruine kruin en een zwarte oogstreep. De keel is geel met een scherpe overgang naar de groene borst. De vleugels zijn groen met een blauwe tint aan de uiteinden. De staart is lang en puntig, met een centrale verlenging. De snavel is zwart en licht gebogen, ideaal voor het vangen van insecten. De poten zijn donkergrijs en slank, wat bijdraagt aan een sierlijke uitstraling.
Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar groen verenkleed, maar met een iets doffere glans. De kastanjebruine kruin is minder uitgesproken dan bij de man. De oogstreep is zwart, maar iets minder scherp afgetekend. De keel is geel, maar de overgang naar de borst is subtieler. De vleugels hebben een groenblauwe tint, met minder contrast. De snavel is zwart en iets korter dan die van de man. De poten zijn donkergrijs, met een iets robuustere structuur.
Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer groen verenkleed zonder de iriserende glans van volwassen vogels. De kop is minder contrastrijk, met een vaag bruine tint. De oogstreep is aanwezig, maar minder duidelijk afgebakend. De keel is bleekgeel, met een geleidelijke overgang naar de borst. De vleugels zijn groen met een lichte blauwe schijn. De snavel is korter en lichter van kleur, vaak grijsachtig. De poten zijn lichtgrijs en nog in ontwikkeling.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne laag donzige, grijze veren. De snavel is kort en lichtgekleurd.