Vogel
Malabarenkievit
Malabarenkievit
Vanellus malabaricus
Log in om deze soort toe te voegenDe Malabarenkievit behoort tot het geslacht Vanellus binnen de familie van Plevieren, kieviten (Charadriidae).
Deze middelgrote, opvallende watervogel komt voor op de droge vlakten van Zuid-Azi�, waaronder India, Pakistan, Nepal, Bangladesh en Sri Lanka. Hij geeft de voorkeur aan open, droge graslanden, struweel, en steenachtige gebieden, en mijdt daarmee nattere gebieden die zijn neef de roodlelleplevier juist opzoekt. Overdag scharrelt deze vogel rustig over de grond, vaak alleen of in paartjes, en heeft een bijzonder ratelend alarmgeluid. Zijn voedsel bestaat vooral uit insecten, die hij vangt door zachtjes te lopen of met zijn poten te trillen op de grond, waardoor prooidieren worden opgeschrikt.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Steltloperachtigen (Charadriiformes)
- Bird Family
- Kieviten en plevieren (Charadriidae)
- Bird Genus
- Vanellus
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Plevieren en Kieviten
Plevieren en kieviten zijn wadvogels die vooral leven op open vlaktes, kustgebieden en oevers van meren en rivieren. In de avicultuur vragen ze om droge, open verblijven met ondiep water, zachte bodem en voldoende rust- en foerageerplekken. Om plevieren of kieviten op een verantwoorde en diervriendelijke manier te verzorgen, delen wij hieronder de belangrijkste geadviseerde richtlijnen.
- Huisvesting: ruim buitenverblijf (40–60 m² per paar) met open zand- of grindbodem en ondiep water (5–15 cm) voor foerageren; helft van oppervlak droog met gras of lage vegetatie; enkele stenen of keien als rustplaatsen; binnenverblijf ± 4 m² per paar bij kou of regen.
- Klimaat: koudebestendig; jaarrond buiten met beschutting en ijsvrij water; tropische soorten vorstvrij bij >10 °C; droog en goed geventileerd verblijf voorkomt poot- en verenproblemen.
- Sociaal: leven in paren of kleine groepen; tijdens broedseizoen territoriaal – voldoende ruimte vereist; buiten kweekperiode groepshuisvesting mogelijk bij rust en ruimte.
- Voeding: insecten, wormen, kreeftachtigen en watervogelpellets; levend voer (meelwormen, krekels, muggenlarven) stimuleert foerageergedrag; tijdens kweek extra dierlijk eiwit; altijd schoon zwem- en drinkwater.
- Overig: waterkwaliteit en bodemhygiëne waarborgen door regelmatige verversing; zachte, goed gedraineerde bodem voorkomt pootproblemen; obstakelvrije inrichting voorkomt verwondingen.
Man:
De man heeft een opvallend glanzend zwart voorhoofd en kruin, die contrasteren met de witte wangen. De nek en borst zijn lichtgrijs met een subtiele glans, terwijl de buik een matte, cr�mekleurige tint heeft. De vleugels zijn donkerbruin met een lichte, bijna onzichtbare bandering. De dekveren hebben een lichte, versleten rand die een zachte overgang naar de rug vormt. De snavel is slank en zwart met een lichte kromming aan het uiteinde. De poten zijn lang en geelachtig, met een gladde textuur. De iris is donkerbruin, omgeven door een dunne, onopvallende oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een minder glanzend verenkleed dan de man, met een meer matte afwerking op de kop. De wangen zijn lichtgrijs, wat minder contrasterend is met de nek dan bij de man. De borst en buik zijn cr�mekleurig, met een subtiele, warme ondertoon. De vleugels zijn donkerbruin, met een lichte, versleten rand aan de dekveren. De snavel is iets korter en dikker dan die van de man, met een vergelijkbare zwarte kleur. De poten zijn geelachtig, maar iets korter en robuuster. De iris is donkerbruin, met een nauwelijks zichtbare oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer verenkleed met een meer uniforme bruine tint over het hele lichaam. De kop en nek zijn minder contrasterend, met een vage, grijze tint. De borst en buik zijn lichtbruin, met een subtiele, warme ondertoon. De vleugels hebben een lichte bandering, die minder uitgesproken is dan bij volwassenen. De dekveren zijn versleten, met een lichte, rafelige rand. De snavel is korter en donkergrijs, met een lichte kromming. De poten zijn geelachtig, maar minder helder dan bij volwassenen.
Kuiken:
Kuikens hebben een pluizig, lichtbruin verenkleed met een subtiele, donkere vlekkenpatroon. De poten zijn kort en geelachtig, met een zachte textuur.