Vogel
Maleise nimmerzat
Maleise nimmerzat
Mycteria cinerea
Log in om deze soort toe te voegenDe Maleise nimmerzat behoort tot het geslacht Mycteria uit de familie van Ooievaars (Ciconiidae).
Deze vogel leeft voornamelijk in de kustgebieden van Zuidoost-Azi�, waar te vinden langs mangrovebossen, estuaria en moddervlaktes. Ze foerageren op kleine waterdieren zoals vissen, kreeftachtigen en insecten. De vogels zijn gedurende de zoute en droge periodes actief, nestelen in kolonies en verdedigen hun territorium. Ze zijn bekend om hun unieke manier van voedselzoeken door traag te waden en hun lange snavel te gebruiken om in het water te tasten.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Ooievaarachtigen (Ciconiiformes)
- Bird Family
- Ooievaars (Ciconiidae)
- Bird Genus
- Mycteria
Ringmaat
Man 18.0 mm Vrouw 18.0 mmWelzijnsadviezen
Ooievaars
Ooievaarachtigen vragen om veel ruimte, waterpartijen en veilige broedgelegenheden. De volgende punten kunnen voor deze soort als aanbevolen richtlijn worden gebruikt:
- Huisvesting: ruime volière of verblijf (ca. 50 m² per paar, ca. 4–5 m hoog) met waterpartij en stevige nestplatforms.
- Klimaat: gematigde soorten buiten met beschutting; tropische soorten vorstvrij (ca. 10 °C of warmer); maraboes baat bij verwarmd binnenverblijf.
- Sociaal: groeps- of koloniehuisvesting aanbevolen; in broedseizoen voldoende ruimte en nestplekken om conflicten te beperken.
- Voeding: vis, kikkers, muizen, insecten, weekdieren en andere dierlijke eiwitten; aanvullend watervogelpellets of volledig voer.
- Water & hygiëne: altijd vers drink- en badwater; waterpartijen regelmatig verversen of doorstromen.
Man:
Het mannetje heeft een grotendeels grijs verenkleed, met een donkerder grijze kop en nek. De borst en buik zijn lichter grijs, soms bijna wit. De vleugels zijn donkergrijs met zwarte tips en de staart is zwartachtig. De snavel is lang, dik, lichtgrijs tot geelachtig met een karakteristieke opening in het midden van de snavelpunt, geschikt voor het grijpen van slakken. De poten zijn geel tot groenachtig grijs en lang. De iris is geel tot oranje.
Vrouw:
Het vrouwtje lijkt sterk op het mannetje en vertoont hetzelfde grijs-zwart patroon. Ze is iets kleiner en de snavel kan iets slanker zijn. De poten en iris zijn gelijk aan die van het mannetje.
Juveniel:
Jonge vogels lijken op de volwassenen, maar het grijze verenkleed is matter en doffer. De zwarte vleugeltippen zijn minder intens en de onderzijde kan iets beige of bruinachtig zijn. De snavel is lichter grijs met een nog niet volledig ontwikkelde opening. De poten zijn grijsgroen en de iris geelbruin.
Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met donzig, grijsbruin dons met lichtere vlekken voor camouflage. De onderzijde is lichter grijs tot witachtig. De snavel is kort, recht en donkergrijs. De poten zijn relatief kort en grijsgroen, de iris donkerbruin.