Vogel
Maleise plevier
Maleise plevier
Anarhynchus peronii
Log in om deze soort toe te voegenDe Maleise plevier behoort tot het geslacht Anarhynchus binnen de familie van Plevieren, kieviten (Charadriidae).
Deze kleine steltloper is kenmerkend voor de zandstranden en zoutvlaktes van Zuidoost-Azi�, waar hij leeft van kleine ongewervelden. Het mannetje is te herkennen aan een smalle zwarte band om de nek, het vrouwtje heeft een bruine band. Beide ouders broeden gedurende een kleine maand op een nest van goed gecamoufleerde eieren op de kale grond, waarna ze samen de kuikens verzorgen tot deze kunnen vliegen. In het broedseizoen, van maart tot september, kan deze soort meerdere legsels hebben. De vogel is sterk gebonden aan kustgebieden en laat zich regelmatig horen met een zacht, typisch ploverachtig geluid.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Steltloperachtigen (Charadriiformes)
- Bird Family
- Kieviten en plevieren (Charadriidae)
- Bird Genus
- Anarhynchus
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Plevieren en Kieviten
Plevieren en kieviten zijn wadvogels die vooral leven op open vlaktes, kustgebieden en oevers van meren en rivieren. In de avicultuur vragen ze om droge, open verblijven met ondiep water, zachte bodem en voldoende rust- en foerageerplekken. Om plevieren of kieviten op een verantwoorde en diervriendelijke manier te verzorgen, delen wij hieronder de belangrijkste geadviseerde richtlijnen.
- Huisvesting: ruim buitenverblijf (40–60 m² per paar) met open zand- of grindbodem en ondiep water (5–15 cm) voor foerageren; helft van oppervlak droog met gras of lage vegetatie; enkele stenen of keien als rustplaatsen; binnenverblijf ± 4 m² per paar bij kou of regen.
- Klimaat: koudebestendig; jaarrond buiten met beschutting en ijsvrij water; tropische soorten vorstvrij bij >10 °C; droog en goed geventileerd verblijf voorkomt poot- en verenproblemen.
- Sociaal: leven in paren of kleine groepen; tijdens broedseizoen territoriaal – voldoende ruimte vereist; buiten kweekperiode groepshuisvesting mogelijk bij rust en ruimte.
- Voeding: insecten, wormen, kreeftachtigen en watervogelpellets; levend voer (meelwormen, krekels, muggenlarven) stimuleert foerageergedrag; tijdens kweek extra dierlijk eiwit; altijd schoon zwem- en drinkwater.
- Overig: waterkwaliteit en bodemhygiëne waarborgen door regelmatige verversing; zachte, goed gedraineerde bodem voorkomt pootproblemen; obstakelvrije inrichting voorkomt verwondingen.
Man:
De man heeft een opvallend zilvergrijs verenkleed met een subtiele blauwe glans. De kop is donkerder grijs, wat contrasteert met de lichtere nek en borst. De vleugels tonen een fijne zwarte bandering, vooral zichtbaar bij gespreide vleugels. De buik is egaal wit, zonder vlekken of strepen. De snavel is kort en zwart, met een licht gebogen vorm. De poten zijn donkergrijs en hebben een gladde textuur. De iris is donkerbruin, omringd door een dunne, grijze oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een iets doffer verenkleed dan de man, met minder uitgesproken glans. De kop en nek zijn uniform grijs, zonder duidelijke contrasten. De borst en buik zijn lichtgrijs, met een subtiele overgang naar wit. De vleugels hebben een minder opvallende bandering, maar tonen wel lichte randen. De snavel is vergelijkbaar met die van de man, maar iets lichter van kleur. De poten zijn grijs met een matte afwerking. De iris is donkerbruin, met een nauwelijks zichtbare oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een overwegend bruin verenkleed met een vage, gevlekte patroon. De kop is lichter bruin, met een onduidelijke scheiding naar de nek. De borst en buik zijn cr�mekleurig, met verspreide bruine vlekken. De vleugels zijn donkerbruin met lichte randen, die versleten kunnen lijken. De snavel is kort en grijs, met een minder gebogen vorm dan bij volwassenen. De poten zijn lichtgrijs en hebben een ruwe textuur. De iris is donker, zonder duidelijke oogring.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, donzig verenkleed dat lichtgrijs van kleur is. De snavel en poten zijn bleekgrijs, zonder opvallende kenmerken.