Mangrovereiger

Butorides striata

Log in om deze soort toe te voegen

De Mangrovereiger (synoniem: Butorides virescens) behoort tot het geslacht Butorides binnen de familie van Reigers (Ardeidae).

Deze kleine reiger komt voor in wetlands, mangrovebossen en rivieroevers van Zuid-Amerika, Afrika, Zuid- en Zuidoost-Azi� tot Oceani�. Hij jaagt stilletjes op vis en kleine dieren langs waterkanten. De soort is meestal standvastig en bouwt nesten in dichte vegetatie dicht bij water.

Mangrovereiger
Striated Heron
0
H�ron des mangroves

Taxonomische indeling

Bird Order
Pelikanen, Reigerachtigen, Ibissen en Lepelaars (Pelecaniformes)
Bird Family
Reigers (Ardeidae)
Bird Genus
Butorides

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Reigers

Reigers zijn wadvogels die voorkomen in waterrijke gebieden met ondiep water, moerassen en rietvelden. In de avicultuur vragen ze om ruime, rustige verblijven met voldoende water, visrijke voeding en veilige rustplaatsen. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: ruim buitenverblijf (50–80 m² per paar) met ondiep water (10–40 cm) en zacht aflopende oevers met gras, zand of riet; hoge zitplaatsen (takken, platforms) voor rust; droog, tochtvrij binnenverblijf bij kou of regen.
  • Klimaat: gematigde soorten winterhard op ijsvrij water; tropische soorten vorstvrij bij >10 °C; goed geventileerd en droog verblijf voorkomt schimmelvorming.
  • Sociaal: leven solitair of in losse kolonies; tijdens broedperiode territoriaal – voldoende ruimte en visuele afscheiding nodig; rustige omgeving bevordert natuurlijk gedrag.
  • Voeding: verse of diepgevroren vis (haring, sprot, voorn, forel); aanvullen met insecten, garnalen, mosselen of watervogelpellets; in kweek extra dierlijk eiwit en kalk; altijd schoon zwem- en drinkwater.
  • Overig: waterkwaliteit waarborgen door regelmatige verversing of doorstroming; beschutting voor schuwe soorten; scherpe randen vermijden om verenkleed te beschermen.
Huisvestingsrichtlijnen reigers

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

Europese soort (EG richtlijn)

Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.

De belangrijkste vereisten zijn:

  • Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
  • Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
  • Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
  • Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.

Man:
De man heeft een donkergrijze kop met een subtiele groene glans. De nek is kort en grijs met een blauwachtige tint. De borst is lichtgrijs met fijne, donkere strepen. De buik is egaal grijs zonder opvallende markeringen. De vleugels zijn donkergrijs met een lichte, groene glans. De snavel is recht en zwart met een gele basis. De poten zijn geelgroen en slank.

Vrouw:
De vrouw heeft een minder uitgesproken groene glans op de kop. De nek is iets lichter grijs dan bij de man. De borst vertoont een subtiele, gestreepte tekening. De buik is lichtgrijs met een zachte, effen uitstraling. De vleugels zijn donkergrijs met een matte afwerking. De snavel is iets korter en heeft een gelige tint aan de basis. De poten zijn geelgroen, maar iets minder fel dan bij de man.

Juveniel:
Juvenielen hebben een bruinachtige kop met een vage streep over de kruin. De nek is lichtbruin met donkere strepen. De borst is gestreept met bruine en witte tinten. De buik is lichtbruin met een vage, gestreepte tekening. De vleugels zijn bruin met lichte vlekken en een matte afwerking. De snavel is korter en heeft een geelachtige basis. De poten zijn dofgeel en minder opvallend.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met donzig, bruinachtig verenkleed. Ze hebben een korte, geelachtige snavel en doffe poten.