Mauritiusduif

Nesoenas mayeri

Log in om deze soort toe te voegen

De Mauritiusduif behoort tot het geslacht Nesoenas uit de familie van duiven (Columbidae)

.

Deze zeldzame vogelsoort leeft uitsluitend op Mauritius, waar ze verstoringsgevoelige bossen bewonen. Ze zijn vooral actief in dichtbegroeide habitats en voeden zich met zaden en vruchten. Hun gedrag kenmerkt zich door rustige, sociale bewegingen en het bouwen van eenvoudige nesten in laaggelegen begroeiing, waarbij ze aanzienlijke bescherming genieten dankzij langdurige natuurbehoudsinspanningen.

Mauritiusduif
Pink Pigeon
Rosentaube
Pigeon rose

Taxonomische indeling

Bird Order
Duiven (Columbiformes)
Bird Family
Duiven (Columbidae)
Bird Genus
Nesoenas

Ringmaat

Man 8.0 mm Vrouw 8.0 mm

Welzijnsadviezen

Duiven

Voor een optimaal welzijn van duiven is de inrichting van een passende leefomgeving noodzakelijk. De centrale aandachtspunten voor een verantwoorde verzorging en huisvesting betreffen de beschikbare ruimte, de nutritionele behoeften en het faciliteren van natuurlijk sociaal gedrag.

  • Ruimte: per koppel wordt ongeveer 1,6–8 m² geadviseerd, afhankelijk van soort en grootte. Voor volières wordt ongeveer 3 m² en 1,8 m hoogte aangeraden.
  • Klimaat: zorg bij voorkeur voor beschutting tegen weer en wind. Sommige soorten hebben baat bij een vorstvrij of verwarmt verblijf.
  • Sociaal: duiven voelen zich prettiger in gezelschap; het is daarom aan te bevelen ze ten minste in paren te houden. Tijdens het broedseizoen helpt het om nestgelegenheid en nestmateriaal aan te bieden.
  • Volière/uitloop: zitstokken op verschillende hoogten en een wekelijkse badgelegenheid dragen bij aan het welzijn van de dieren.
  • Voeding: kies voor zadenmengsels afgestemd op de soort. Voor vruchtenetende duiven zijn fruit en bessen een goede basis. Zorg daarnaast altijd voor mineralen, grit en vers drinkwater.
Huisvestingsrichtlijnen Duiven

Man:
Het mannetje is een middelgrote bosduif van circa 35-38 cm lengte. Het verenkleed is overwegend lichtgrijs tot zandkleurig, met een subtiele roze tot paarsige gloed op borst en nek. De rug en vleugels zijn bruinachtig grijs, vaak met iets lichtere veerranden. De kop is lichter grijs, terwijl de buik vuilwit tot crèmekleurig is. De staart is middellang, grijs met een donkerder eindband. De snavel is slank en zwart met een lichte hoornkleurige basis. De poten zijn rood tot karmozijnrood, en de iris is oranjerood tot karmozijn, omgeven door een smalle, naakte rode oogringen.

Vrouw:
Het vrouwtje lijkt sterk op het mannetje maar is gemiddeld iets kleiner en matter van tint. De roze gloed op borst en nek is minder uitgesproken. Overige kenmerken zoals snavel, poten en iris zijn identiek.

Juveniel:
Juvenielen zijn doffer en bruingrijzer gekleurd, met een minder contrasterend verenkleed. De borst is vaalgrijs zonder roze zweem en de buik is vuilwit. De vleugels tonen lichtere randen waardoor een geschubd effect zichtbaar wordt. De iris is donkerbruin, de poten valer rood en de snavel grijzer van tint.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met dun, grijsbruin dons. De bovenzijde is donkerder, de onderzijde vuilwit tot crème. De snavel is klein en donkergrijs, de poten vleeskleurig en de ogen zijn aanvankelijk gesloten en later donkerbruin. De karakteristieke roze glans ontwikkelt zich pas in de loop van de eerste jeugdrui.

Bekijk ook:

  • Tijdschrift 289