Moerassneeuwhoen (hibernicus)

Lagopus scotica hibernica

Log in om deze soort toe te voegen

De Moerassneeuwhoen (hibernicus) behoort tot het geslacht Lagopus binnen de familie van Ruigpoothoenders (Phasianidae).

Deze vogelsoort leeft vooral op heide- en veenachtige hoogveengebieden in Groot-Brittanni� en Ierland. Hij is een standvogel die voornamelijk op de grond nestelt en zich voedt met heide en andere planten. In de winter blijft de soort vaak in zijn territorium, maar kan bij hevige sneeuw naar lager gelegen gebieden verhuizen. Het gedrag kenmerkt zich door territoriale roep en schuwheid, met een sterke binding aan heidehabitats voor schuil- en voedselvoorziening.

Moerassneeuwhoen (hibernicus)
Red Grouse (syn. hibernica)
0
Lagop�de d'�cosse (syn. hibernica)

Taxonomische indeling

Bird Order
Hoenderachtigen (Galliformes)
Bird Family
Fazantachtigen (Phasianidae)
Bird Genus
Lagopus

Ringmaat

Man 10.0 mm Vrouw 10.0 mm

Welzijnsadviezen

Ruigpoothoenders

Ruigpoothoenders, waaronder korhoenders, hazelhoenders en sneeuwhoenders, zijn vogels uit koelere streken die zich goed aanpassen aan bosrijke of bergachtige gebieden. In de avicultuur vragen ze om rustige, ruime volières met natuurlijke begroeiing, schaduw en beschutting. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: ruime volière (30–50 m² per paar, ≥ 2,5 m hoog) met zand-, aarde- of grasbodem; afwisseling van open zones en beplanting (struiken, varens, coniferen) voor beschutting; droog nacht- of rusthok (3–5 m² per paar) bij slecht weer of kou.
  • Klimaat: koudetolerant; jaarrond buiten te houden mits droog en tochtvrij; natte omstandigheden vermijden; in warme klimaten schaduw en ventilatie voorzien.
  • Sociaal: leven in paren of kleine groepen; tijdens broedperiode territoriale hanen – aparte verblijven aanbevolen; rustige omgeving bevordert natuurlijk gedrag.
  • Voeding: fazanten- of hoendervoer aangevuld met zaden, bessen, knoppen en bladgroen; in kweek extra insecten of meelwormen; grit en maagkiezel altijd beschikbaar; dagelijks vers water.
  • Overig: regelmatig schoonmaken van verblijven om parasieten en schimmel te voorkomen; natuurlijke beplanting bevordert welzijn; harde geluiden en plotselinge verstoringen vermijden.
Huisvestingsrichtlijnen Ruigpoothoenders

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

Europese soort (EG richtlijn)

Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.

De belangrijkste vereisten zijn:

  • Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
  • Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
  • Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
  • Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.

Man:
De man heeft een kastanjebruin verenkleed met fijne zwarte bandering. De kop en nek zijn donkerder, met een subtiele glans. De borst en buik tonen een lichtere, meer uniforme bruine tint. Vleugels en dekveren zijn rijkelijk versierd met lichte randen, die een versleten indruk kunnen geven. De snavel is kort en zwart, met een lichte wasachtige basis. Poten zijn bedekt met witte veren, die een wollige structuur hebben. De iris is donkerbruin, omringd door een onopvallende oogring.

Vrouw:
De vrouw heeft een meer gedempte bruine kleur met uitgebreide zwarte en beige bandering. De kop en nek zijn minder glanzend en vertonen een egalere kleurverdeling. De borst en buik zijn lichter, met een subtiele overgang naar de vleugels. Dekveren hebben een meer uitgesproken lichte zoom, die een versleten uiterlijk kan geven. De snavel is vergelijkbaar met die van de man, maar iets slanker. Poten zijn eveneens bedekt met witte veren, maar minder dicht. De iris is donkerbruin, zonder opvallende oogring.

Juveniel:
Juvenielen hebben een overwegend beige verenkleed met onregelmatige donkere vlekken. De kop en nek zijn lichter, met een vage bandering. De borst en buik zijn egaal beige, zonder duidelijke contrasten. Vleugels en dekveren vertonen een lichte rand, die minder versleten lijkt. De snavel is kort en donker, met een onopvallende was. Poten zijn bedekt met dunne, lichte veren. De iris is donkerbruin, zonder zichtbare oogring.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zachte, geelbruine donslaag. Ze hebben donkere vlekken op de rug en kop.