Mongoolse zwartkopmeeuw

Ichthyaetus relictus

Log in om deze soort toe te voegen

De Mongoolse zwartkopmeeuw (synoniem: Relictmeeuw) behoort tot het geslacht Ichthyaetus binnen de familie van Meeuwen (Laridae).

De Relictmeeuw is een middelgrote meeuw die voorkomt in Centraal-Azi�, met name in Mongoli�, Kazachstan, Rusland en delen van China. Deze vogel broedt op eilanden in zoutwatermeren en migreert naar estuariene modder- en zandvlakten tijdens de niet-broedtijd. Het is een kwetsbare soort die afhankelijk is van delicate habitats die gevoelig zijn voor veranderingen in waterpeilen en vegetatie.

Mongoolse zwartkopmeeuw
Relict Gull
Reliktm�we
Mouette relique

Taxonomische indeling

Bird Order
Steltloperachtigen (Charadriiformes)
Bird Family
Meeuwen (Laridae)
Bird Genus
Ichthyaetus

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Meeuwen

Meeuwen zijn intelligente en beweeglijke kustvogels die zich in de avicultuur goed aanpassen, mits ze beschikken over voldoende ruimte, water, luchtcirculatie en sociale prikkels. Ze zijn actief, sociaal en nieuwsgierig, waardoor een gevarieerde omgeving essentieel is voor hun welzijn. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: ruim buitenverblijf met waterpartij (80–100 m² per paar, 3–4 m hoog); zand-, grind- of grasbodem met open zones en schuilplekken; ondiep bassin met helder water; rust- en nestplaatsen op eilandjes of vlakke daken.
  • Klimaat: weerbestendig; jaarrond buiten te houden; bij kou droog, tochtvrij nachthok; bij hitte schaduw en beschutting tegen zon.
  • Sociaal: kolonievogels; houden in paren of kleine groepen; tijdens broedperiode territoriaal – voldoende ruimte en nestgelegenheid vereist.
  • Voeding: vis, garnalen, mosselen en watervogelpellets; aanvullen met insecten of kleine hoeveelheden vlees/eieren; in kweek extra dierlijk eiwit en kalk; altijd schoon drink- en badwater.
  • Overig: waterkwaliteit waarborgen door regelmatige verversing of doorstroming; geen scherpe of gladde oppervlakken; rustige, gevarieerde omgeving bevordert natuurlijk gedrag.
Huisvestingsrichtlijnen meeuwen

Man:
De man heeft een overwegend wit verenkleed met een subtiele grijze tint op de rug. De vleugels zijn donkerder grijs met een lichte, bijna zilveren glans. De kop is helder wit, wat contrasteert met de donkere oogring. De snavel is stevig en geel met een zwarte punt. De poten zijn bleekroze en hebben een gladde textuur. In de winter kan de kop een lichte grijze waas vertonen.

Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar met iets minder glans. De grijze tint op de rug is iets donkerder en egaler. De vleugels hebben een subtiele witte rand aan de uiteinden. De snavel is iets slanker en heeft dezelfde kleurpatronen. De poten zijn eveneens bleekroze, maar iets korter. De oogring is minder uitgesproken dan bij de man.

Juveniel:
Juvenielen hebben een overwegend bruin verenkleed met lichtere vlekken op de borst en buik. De vleugels zijn donkerbruin met een lichte bandering. De kop is vaalbruin met een onduidelijke oogring. De snavel is donkergrijs en slanker dan bij volwassenen. De poten zijn grijsachtig en hebben een ruwe textuur. Naarmate ze ouder worden, vervagen de bruine tinten geleidelijk naar grijs en wit.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, grijsbruin dons. Ze hebben een donkere snavel en grijze poten.