Vogel
Monniksgier
Monniksgier
Aegypius monachus
Log in om deze soort toe te voegenDe Monniksgier behoort tot het geslacht Aegypius binnen de familie van Havikachtigen (Accipitridae).
Deze grote aasgier leeft verspreid over Zuid- en Oost-Europa, het Midden-Oosten en grote delen van Centraal- en Oost-Azi�. Hij prefereert open terrein, bergen, steppes en bossen tot hoge liggingen. De vogel voedt zich voornamelijk met grote kadavers en toont een sterke vliegsnelheid op indrukwekkende hoogten. Hij is solitair tot in kleine groepen actief en gebruikt geur voor communicatie.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Roofvogels (Accipitriformes)
- Bird Family
- Havikachtigen (Accipitridae)
- Bird Genus
- Aegypius
Ringmaat
Man 28.0 mm Vrouw 28.0 mmWelzijnsadviezen
Overige vogels
De categorie overige vogels omvat een zeer brede en diverse groep vogelsoorten met uiteenlopende biologische, ecologische en gedragsmatige kenmerken. Vanwege deze grote variatie is het niet mogelijk om één uniforme set huisvestingsrichtlijnen op te stellen die voor alle soorten binnen deze categorie passend en verantwoord is.
Om die reden zijn er voor deze categorie geen specifieke, vastomlijnde richtlijnen geformuleerd. Bij het huisvesten van overige vogels dient altijd maatwerk te worden toegepast, waarbij rekening wordt gehouden met de soortspecifieke behoeften, natuurlijke leefwijze, sociale structuur en welzijnseisen van de betreffende vogels. Algemene principes van dierenwelzijn, veiligheid en verzorging blijven hierbij leidend.
Man:
De man heeft een donkerbruin verenkleed met een lichte, bijna zwarte glans. De kop is bedekt met korte, donzige veren, die een grijsachtige tint hebben. De nek is omgeven door een kraag van langere, lichtere veren. De borst en buik zijn uniform donkerbruin, zonder opvallende markeringen. De vleugels zijn breed en hebben een iets lichtere onderzijde. De snavel is krachtig en zwart, met een lichtgrijze wasachtige basis. De poten zijn grijs en hebben een robuuste structuur.
Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar met een iets mattere uitstraling. De kopveren zijn iets lichter, met een subtiele bruine tint. De nek heeft een minder uitgesproken kraag, maar is nog steeds lichter dan de rest van het lichaam. De borst en buik zijn egaal donkerbruin, zonder vlekken of strepen. De vleugels zijn breed en hebben een lichte onderzijde, vergelijkbaar met de man. De snavel is zwart met een grijze basis, iets slanker dan die van de man. De poten zijn grijs en stevig, met een iets fijnere structuur.
Juveniel:
Juvenielen hebben een donkerbruin verenkleed met een doffe, matte uitstraling. De kop is bedekt met donzige, lichtbruine veren. De nek heeft een minder uitgesproken kraag, met een lichtere tint dan de rest van het lichaam. De borst en buik zijn donkerbruin, met een subtiele, lichtere schaduw. De vleugels zijn breed en hebben een iets lichtere onderzijde. De snavel is donkergrijs, met een minder uitgesproken wasachtige basis. De poten zijn grijs en hebben een minder robuuste structuur dan bij volwassenen.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dichte, witte donslaag. De snavel is lichtgrijs en relatief kort.