Nieuw-Zeelandse kwartel

Coturnix novaezelandiae

Log in om deze soort toe te voegen

De Nieuw-Zeelandse kwartel behoort tot het geslacht Coturnix binnen de familie van Hoenderachtigen (Phasianidae).

De Nieuw-Zeelandse kwartel was een uitgestorven vogelsoort endemisch in Nieuw-Zeeland. Ze leefden in laaglanden van tussockgras en open varenlanden. Deze grondbewonende vogels waren een van de weinige characteristic Gilles van het ecosysteem voor de Europese invasie. Ze warencter onderdeel van de inheemse fauna en werden door de M_ori 'Kooreke' genoemd.

Nieuw-Zeelandse kwartel
New Zealand Quail
Neuseelandwachtel
Caille de Nouvelle-Z�lande

Taxonomische indeling

Bird Order
Hoenderachtigen (Galliformes)
Bird Family
Fazantachtigen (Phasianidae)
Bird Genus
Coturnix

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Hoenderachtigen

Hoenderachtigen omvatten een brede groep vogels zoals fazanten, pauwen, korhoenders, kwartels en patrijzen. Deze vogels worden in de avicultuur gehouden vanwege hun sierwaarde en gedragsrijkdom. Voor het welzijn van hoenderachtigen is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.

  • Huisvesting: ruime volière (15–25 m² per koppel, 2–2,5 m hoog) met gras, struiken of lage vegetatie; zitstokken of takken voorzien; droog, tochtvrij binnenverblijf bij kou of regen.
  • Klimaat: de meeste soorten winterhard; bescherming tegen regen, wind en vorst; tropische soorten vorstvrij bij >10 °C; schaduw nodig in de zomer.
  • Sociaal: houden volgens soortspecifieke structuur – kwartels/patrijzen in paren of groepen, fazanten in harems, pauwen in groepen met afstand tussen hanen; tijdens broedperiode apart huisvesten.
  • Voeding: volledig pluimvee- of fazantenvoer, aangevuld met zaden, granen, groenvoer, fruit en insecten; tijdens kweek extra dierlijk eiwit; altijd vers water en grit.
  • Overig: droge, goed gedraineerde bodem; visuele afscheiding tussen hanen; overbezetting vermijden om stress en verenpluk te voorkomen.
Huisvestingsrichtlijnen Hoenderachtigen

Man:
Het mannetje is een kleine kwartel van circa 17�19 cm lengte. Het verenkleed is warm kastanjebruin tot roodbruin met donkere lengtestrepen over rug en vleugels. De kop is contrastrijk getekend met een duidelijke lichte wenkbrauwstreep en een donkere oogstreep. De keel en borst zijn kastanjebruin met zwarte stippen, terwijl de buik vuilwit tot beige is. De flanken tonen kastanjebruine en beige strepen. De snavel is kort en donkergrijs, de poten vleeskleurig tot oranjeachtig, en de iris donkerbruin.

Vrouw:
Het vrouwtje is gelijk in formaat, maar duidelijk doffer van kleur. De borst is lichtbruin tot beige met donkere stippen, en mist het diepe kastanjebruin van het mannetje. De koptekening is subtieler, met een minder contrasterende wenkbrauwstreep. De snavel en poten zijn gelijk van kleur, maar de kleuren zijn vaak valer.

Juveniel:
Juvenielen zijn matter en meer uniform bruin, met een zwak gestreepte rug en vleugels. De borst en buik zijn lichtbruin tot beige zonder duidelijke kastanjebruine zones. De kop mist de uitgesproken tekening van volwassen vogels. De snavel is donkergrijs, de poten vleeskleurig en de iris zeer donker. Tijdens de eerste rui ontwikkelen jonge mannetjes de kastanjebruine borst en de contrastrijke koptekening.

Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met zacht geelbruin dons voorzien van donkere lengtestrepen over rug en kop, een doeltreffend camouflagepatroon in grasrijke gebieden. De onderzijde is bleekgeel tot cr�me. De snavel is klein en donkergrijs, de poten vleeskleurig en de iris zwartbruin. Het geslachtsverschil wordt pas zichtbaar na de eerste rui.