Vogel
Noord-Amerikaanse zwarte scholekster
Noord-Amerikaanse zwarte scholekster
Haematopus bachmani
Log in om deze soort toe te voegenDe Noord-Amerikaanse zwarte scholekster behoort tot het geslacht Haematopus uit de familie van Scholeksters (Haematopodidae).
Deze markante vogel komt voor langs de westkust van Noord-Amerika, van de Aleoeten tot Baja California. Het is een grote, opvallende kustvogel die voornamelijk leeft op rotsachtige kusten en eilanden, waar het voedt op intergetijdenmacroinvertebraten zoals schelpdieren. Het is een jaarlijkse bewoner van zijn habitat en voert weinig afstandsmigraties uit. Het is een belangrijke indicatie-soort voor de gezondheid van kustecosystemen.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Steltloperachtigen (Charadriiformes)
- Bird Family
- Scholeksters (Haematopodidae)
- Bird Genus
- Haematopus
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Scholeksters
Scholeksters zijn kustvogels die leven op zand- en slikplaten, rotskusten en kwelders. In de avicultuur vragen ze om ruime, open verblijven met ondiep water, zanderige zones en harde oppervlakken om hun natuurlijke foerageer- en nestgedrag te kunnen vertonen. Om Scholeksters op een verantwoorde en diervriendelijke manier te verzorgen, delen wij hieronder de belangrijkste geadviseerde richtlijnen.
- Huisvesting: ruim buitenverblijf (50–80 m² per paar) met zand- en grindzones; ondiep water (5–20 cm diep) voor foerageren en baden; stenen, schelpen of keien als natuurlijke rust- en nestplaatsen; binnenverblijf ± 4 m² per paar bij kou of regen.
- Klimaat: weerbestendig; jaarrond buiten te houden met ijsvrij water en beschutting; bij strenge kou vorstvrij nachtverblijf aanbevolen; zonnige ligging met schaduwplekken geschikt.
- Sociaal: leven in paren of kleine groepen; tijdens broedseizoen territoriaal – voldoende ruimte voorkomt conflicten; buiten kweekperiode groepshuisvesting mogelijk bij rust en ruimte.
- Voeding: schelpdieren, weekdieren, garnalen en kleine kreeftachtigen; aanvullen met watervogelpellets of visstukjes; in kweek extra dierlijk eiwit en calcium (schelpen, mineralen); altijd schoon zwem- en drinkwater.
- Overig: waterkwaliteit waarborgen door regelmatige verversing; zand-, grind- en schelpbodem bevordert natuurlijk gedrag; gladde of harde oppervlakken vermijden om pootproblemen te voorkomen.
Man:
Het mannetje heeft een geheel zwart verenkleed, soms met een lichtbruine zweem op borst en flanken door slijtage of zonbleking. De snavel is lang, recht en fel oranje tot rood, goed aangepast voor het openbreken van schelpdieren. De poten zijn lichtroze. De iris is geel tot oranjerood en wordt omgeven door een opvallende, oranje tot rode oogring. In vlucht zijn de vleugels egaal donker zonder witte tekening, wat de soort onderscheidt van andere oystercatchers.
Vrouw:
Het vrouwtje is zeer gelijkend op het mannetje, maar gemiddeld iets groter en met een langere, slankere snavel. De kleuren van verenkleed, snavel, poten en ogen zijn gelijk.
Juveniel:
Juveniele vogels hebben een donkerbruin verenkleed in plaats van diep zwart. De snavel is korter, doffer oranje met een donkere punt. De poten zijn grijzer en de iris is bruin, zonder de felgekleurde oogring van volwassen dieren.
Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met donzig, grijsbruin verenkleed met een lichte onderzijde en donkere vlekken op de rug voor camouflage in kustgebieden. De snavel is kort en donkergrijs, de poten vleeskleurig en de iris donker.