Noordelijke maskerkievit

Vanellus miles miles

Log in om deze soort toe te voegen

De Noordelijke maskerkievit (synoniem: Noordelijke Maskerplevier) behoort tot het geslacht Vanellus binnen de familie van Plevieren, kieviten (Charadriidae).

Deze opvallende watervogel komt oorspronkelijk uit Australië, vooral in het noorden en oosten, maar is ook te vinden in Nieuw-Zeeland, Nieuw-Guinea en aangrenzende eilanden. Hij leeft graag in open, vochtige gebieden zoals weilanden, moerassen, stranden en zelfs in parken of op sportvelden in de stad. De soort is vooral 's winters te zien, maar kan het hele jaar door broeden. Ze foerageren op de grond, vaak alleen of in kleine groepjes, op zoek naar insecten, wormen en larven. Bekend is zijn fel verdedigingsgedrag bij het nest: ouders vallen indringers aan of doen alsof ze gewond zijn om de aandacht af te leiden. Hun luide, ratelende roep is kenmerkend in het landschap.

Noordelijke maskerkievit
Masked Lapwing (miles)
0
Vanneau soldat (miles)

Taxonomische indeling

Bird Order
Steltloperachtigen (Charadriiformes)
Bird Family
Kieviten en plevieren (Charadriidae)
Bird Genus
Vanellus

Ringmaat

Man 5.5 mm Vrouw 5.5 mm

Welzijnsadviezen

Plevieren en Kieviten

Plevieren en kieviten zijn wadvogels die vooral leven op open vlaktes, kustgebieden en oevers van meren en rivieren. In de avicultuur vragen ze om droge, open verblijven met ondiep water, zachte bodem en voldoende rust- en foerageerplekken. Om plevieren of kieviten op een verantwoorde en diervriendelijke manier te verzorgen, delen wij hieronder de belangrijkste geadviseerde richtlijnen.

  • Huisvesting: ruim buitenverblijf (40–60 m² per paar) met open zand- of grindbodem en ondiep water (5–15 cm) voor foerageren; helft van oppervlak droog met gras of lage vegetatie; enkele stenen of keien als rustplaatsen; binnenverblijf ± 4 m² per paar bij kou of regen.
  • Klimaat: koudebestendig; jaarrond buiten met beschutting en ijsvrij water; tropische soorten vorstvrij bij >10 °C; droog en goed geventileerd verblijf voorkomt poot- en verenproblemen.
  • Sociaal: leven in paren of kleine groepen; tijdens broedseizoen territoriaal – voldoende ruimte vereist; buiten kweekperiode groepshuisvesting mogelijk bij rust en ruimte.
  • Voeding: insecten, wormen, kreeftachtigen en watervogelpellets; levend voer (meelwormen, krekels, muggenlarven) stimuleert foerageergedrag; tijdens kweek extra dierlijk eiwit; altijd schoon zwem- en drinkwater.
  • Overig: waterkwaliteit en bodemhygiëne waarborgen door regelmatige verversing; zachte, goed gedraineerde bodem voorkomt pootproblemen; obstakelvrije inrichting voorkomt verwondingen.
Huisvestingsrichtlijnen Kluten en steltkluten

Man:
De man heeft een glanzend zwart voorhoofd en kruin, die scherp contrasteert met de witte wangen. De nek en borst zijn egaal wit, terwijl de buik een lichtgrijze tint heeft. De vleugels zijn donkerbruin met een lichte glans, en de dekveren hebben een subtiele witte rand. De snavel is geel met een zwarte punt, en de naakte huid rond de ogen is felgeel. De poten zijn lang en slank, met een roze tot oranje kleur. De iris is donkerbruin, wat een scherp contrast vormt met de lichte oogring.

Vrouw:
De vrouw lijkt sterk op de man, maar heeft een iets doffere glans op de kruin. De wangen en nek zijn wit, met een subtiele grijze waas op de borst. De vleugels zijn donkerbruin, met minder uitgesproken glans dan bij de man. De dekveren hebben een lichte, versleten witte rand. De snavel is geel met een zwarte punt, en de oogring is minder felgeel. De poten zijn roze tot oranje, maar iets korter dan die van de man. De iris is donkerbruin, met een minder opvallende oogring.

Juveniel:
Juvenielen hebben een doffere, bruingrijze kruin en voorhoofd, zonder de glans van volwassen vogels. De wangen en nek zijn lichtgrijs, met een vage witte tint op de borst. De vleugels zijn donkerbruin, met een matte afwerking en versleten randen. De dekveren hebben een onopvallende, versleten witte rand. De snavel is geelachtig, met een minder uitgesproken zwarte punt. De poten zijn bleekroze, korter en dikker dan bij volwassenen. De iris is donkerbruin, met een onopvallende oogring.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, donzig verenkleed dat bruin en wit gevlekt is. De poten zijn kort en bleekroze, met een stevige structuur.