Vogel
Nubische trap
Nubische trap
Neotis nuba
Log in om deze soort toe te voegenDe Nubische trap behoort tot het geslacht Neotis binnen de familie van Trappen (Otididae).
Deze middelgrote vogel uit de familie van de trappen komt voor in de droge savannes van Burkina Faso, Kameroen, Tsjaad, Mali, Mauritani�, Niger, Nigeria en Soedan, vooral langs de zuidelijke rand van de Sahara en het noordelijke deel van de Sahel, waar hij zich ophoudt in schaars begroeide, droge gebieden. Het is een schaarse bewoner van halfwoestijnen, droge struiken en savannes, waar hij vooral levend is van grote insecten, grassen, bladen en vruchten. De soort is vooral actief op open terrein en broedt doorgaans van juli tot oktober, maar door intensieve bejaging en toenemend habitatverlies is hij tegenwoordig sterk achteruitgegaan en zeer zeldzaam geworden.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Trappen (Otidiformes)
- Bird Family
- Trappen (Otididae)
- Bird Genus
- Neotis
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Trappen
Trappen zijn grote, grondbewonende vogels van open landschappen zoals steppes en savannes. Ze zijn krachtige lopers en sterke vliegers over korte afstanden, maar zeer gevoelig voor verstoring. In de avicultuur vragen Trappen om zeer ruime, rustige verblijven met open zichtlijnen, droge bodems en minimale stress. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: zeer ruim buitenverblijf met open terrein (200–300 m² per koppel of meer); gras- of zandbodem; vrije zichtlijnen; binnenverblijf ± 4–5 m² per vogel, droog en ruim.
- Klimaat: droog en open; temperatuur 5–30 °C afhankelijk van soort; bescherming tegen regen, sneeuw en wind; schaduw in zomer noodzakelijk.
- Sociaal: solitair of per koppel; mannetjes territoriaal tijdens balts; rustige, prikkelarme omgeving essentieel.
- Voeding: granen, groenvoer, insecten en kleine dierlijke eiwitten; speciaal trappen- of kraanvogelvoer; voer op de grond aanbieden; altijd schoon water aanwezig.
- Overig: stressgevoelig; dagelijkse gezondheidscontrole aanbevolen; broedplek op open grond; afgelegen ligging van het verblijf bevordert welzijn en veiligheid.
Man:
De man heeft een opvallend verenkleed met een mengeling van grijsbruine en witte tinten. De kop is donkerder met een lichte streep boven de ogen, die een scherp contrast vormt. De nek is grijs met een subtiele glans, terwijl de borst een lichtere, bijna witte kleur heeft. De vleugels zijn donkerder met duidelijke bandering, wat zorgt voor een gestreept patroon. De snavel is stevig en zwart, met een lichte kromming aan het uiteinde. De poten zijn lang en grijs, met een robuuste structuur die geschikt is voor lopen. De iris is donkerbruin, omringd door een dunne, lichte oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar met minder uitgesproken contrasten. Haar kop is iets lichter, met een minder opvallende streep boven de ogen. De nek is matgrijs, zonder de glans die bij de man te zien is. De borst is lichtgrijs, met een subtiele overgang naar de buik die witachtig is. De vleugels vertonen een minder duidelijke bandering, waardoor het patroon zachter oogt. De snavel is slanker en iets lichter van kleur dan die van de man. De poten zijn eveneens grijs, maar iets fijner van structuur.
Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer verenkleed met een overwegend bruine tint, die minder contrastrijk is. De kop is egaal bruin, zonder de duidelijke streep die bij volwassenen te zien is. De nek is lichtbruin, met een vage bandering die nauwelijks opvalt. De borst en buik zijn lichtbruin, met een geleidelijke overgang naar een iets lichtere buik. De vleugels hebben een onopvallende bandering, die minder uitgesproken is dan bij volwassenen. De snavel is korter en lichter van kleur, met een rechte vorm. De poten zijn lichtgrijs, met een gladde structuur.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, donzig verenkleed dat overwegend lichtbruin is. Hun snavel en poten zijn lichtgekleurd en nog in ontwikkeling.