Vogel
Okinawaral
Okinawaral
Gallirallus okinawae
Log in om deze soort toe te voegenDe Okinawaral behoort tot het geslacht Gallirallus binnen de familie van Rallen, koeten (Rallidae).
Deze loopvogel komt uitsluitend voor op het Japanse eiland Okinawa, waar hij leeft in dicht begroeide bossen. Hij is vrijwel niet in staat om te vliegen en beweegt zich vooral over de bosbodem voort. Het dier is voornamelijk actief in de schemering en heeft een gevarieerd dieet van kleine dieren. Door geluiden communiceert hij vaak met soortgenoten, vooral in paren.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Kraanvogelachtigen (Gruiformes)
- Bird Family
- Rallen, hoentjes en koeten (Rallidae)
- Bird Genus
- Gallirallus
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Rallen en koeten
Rallen en koeten zijn overwegend moerasvogels die leven in waterrijke gebieden met dichte oeverbegroeiing. In de avicultuur vragen ze om rustige, goed beplante verblijven met voldoende water, dekking en mogelijkheden tot natuurlijk foerageer- en nestgedrag. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: buitenverblijf met open water (30–50 m² per paar, 0,5–1,5 m diep) en dichte oeverbegroeiing (riet, lisdodde, grassen); landgedeelte ± 10–15 m² per paar; drijvende of half drijvende platforms als rust- of nestplaatsen.
- Klimaat: goed koudetolerant; buiten overwinteren op ijsvrij water; tropische soorten vorstvrij verblijf met water (>10 °C); beschutting tegen wind en regen aanbevolen.
- Sociaal: houden in paren of kleine groepen; tijdens broedperiode territoriaal – visuele afscheiding of aparte verblijven wenselijk; rustige omgeving voorkomt stress.
- Voeding: watervogelpellets of omnivoor watervogelvoer; aanvullen met insecten, wormen, zaden en waterplanten; in kweek extra dierlijk eiwit (meelwormen, garnalen); altijd schoon zwem- en drinkwater.
- Overig: uitstekende waterkwaliteit door filtratie of doorstroming; dichte begroeiing en schuilplekken essentieel; scherpe randen en drijfafval vermijden.
Man:
De man heeft een overwegend olijfbruine rug met een subtiele groene glans. De kop en nek zijn donkerder, met een grijsachtige tint die contrasteert met de rug. De borst is lichtgrijs met een zachte overgang naar de buik, die witachtig is. De vleugels vertonen een fijne bandering van bruine en zwarte tinten. De snavel is recht en geelgroen, met een iets donkerder punt. De poten zijn grijsachtig met een gladde textuur. De iris is roodbruin, omgeven door een dunne, onopvallende oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar met minder uitgesproken glans. De rug is olijfbruin, maar de groene tint is minder prominent. De kop en nek zijn iets lichter, met een meer uniforme grijze kleur. De borst en buik zijn vergelijkbaar, maar de overgang is minder scherp. De vleugels hebben dezelfde bandering, maar de kleuren zijn iets doffer. De snavel is geelgroen, maar iets korter dan die van de man. De poten zijn grijsachtig, met een iets ruwere textuur.
Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer verenkleed met een meer uniforme bruine kleur over het hele lichaam. De kop en nek zijn minder contrasterend, met een lichtbruine tint. De borst en buik zijn vaalgrijs, zonder duidelijke overgang. De vleugels hebben een subtiele bandering, maar de kleuren zijn minder uitgesproken. De snavel is korter en grijsgroen, met een lichtere basis. De poten zijn grijsachtig, met een iets ruwere textuur. De iris is donkerbruin, zonder opvallende oogring.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, donzig verenkleed dat overwegend bruin is. De snavel en poten zijn lichtgrijs, zonder opvallende kenmerken.