Oostelijke grijsgroene specht

Dendropicos spodocephalus

Log in om deze soort toe te voegen

De Oostelijke grijsgroene specht behoort tot het geslacht Dendropicos binnen de familie van Spechten (Picidae).

De Ethiopische grijsgroene specht is een vogel die voorkomt in het oosten van Afrika, met een verspreiding die zuidelijk Soedan, centraal en zuidelijk Ethiopi�, centraal Kenia en noordelijk Tanzania omvat. Het leefgebied bestaat uit vochtige bossen, bosranden en galerijbossen. Als insectivoor zoekt de soort in bomen en op de grond naar voedsel zoals larven en rupsen. Het gedrag wordt gekenmerkt door het regelmatig trommelen of druppen. De vogel is wijdverspreid en algemeen voorkomend.

Ethiopische Grijsgroene Specht
Grey-headed Woodpecker
Graukopfspecht
Pic spodoc�phale

Taxonomische indeling

Bird Order
Spechtachtigen (Piciformes)
Bird Family
Spechten (Picidae)
Bird Genus
Dendropicos

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Spechten

Spechten zijn boombewonende insecteneters die een actief en territoriaal gedrag vertonen. In de avicultuur vragen ze om goed beplante volières met veel klimmogelijkheden, natuurlijke stammen en nestgelegenheid om hun natuurlijke gedrag uit te oefenen. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: ruime volière (10–15 m² per koppel, ≥ 2,5–3 m hoog) met meerdere boomstammen of dikke takken om in te kloppen en foerageren; zachte houtsoorten zoals wilg of populier geschikt; deels beschutte zones en droog, tochtvrij binnenverblijf bij kou of regen.
  • Klimaat: bestand tegen gematigde kou; tropische soorten vorstvrij bij >15 °C; goed geventileerd en droog verblijf voorkomt schimmelvorming.
  • Sociaal: leven in paren; territoriaal – niet in groepen houden; tijdens broedperiode gevoelig voor verstoring; rust noodzakelijk.
  • Voeding: insectenvoer of zachtvoer voor insecteneters; aanvullen met levende insecten (meelwormen, krekels, moriowormen) en boomlarven; af en toe noten, bessen en fruit; in kweek extra dierlijk eiwit; altijd vers drink- en badwater.
  • Overig: nestblokken of uitgeholde stammen (40–60 cm diep) noodzakelijk voor broedgedrag; regelmatig nieuwe takken aanbieden om klopgedrag te stimuleren; rustige, natuurlijke omgeving bevordert welzijn en broedsucces.
Huisvestingsrichtlijnen Spechten

Man:
De man heeft een overwegend olijfgroen verenkleed met een lichte glans op de rug. De kop is grijs met een opvallende rode kruin die scherp contrasteert met de rest. De nek en borst zijn lichter van kleur, met een subtiele geelachtige tint. De vleugels vertonen donkere bandering, wat zorgt voor een gestreept patroon. De buik is witachtig met fijne, donkere streepjes. De snavel is recht en zwart, met een lichte wasachtige basis. De poten zijn grijs en hebben een robuuste structuur.

Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar olijfgroen verenkleed, maar mist de rode kruin van de man. Haar kop is volledig grijs, wat een zachter contrast geeft met de rest van het lichaam. De nek en borst zijn lichtgeel, zonder de glans die bij de man te zien is. De vleugels hebben dezelfde donkere bandering, maar de strepen zijn minder uitgesproken. De buik is witachtig met subtiele streepjes, minder prominent dan bij de man. De snavel is zwart en recht, met een iets minder opvallende wasachtige basis. De poten zijn grijs en slanker dan die van de man.

Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer olijfgroen verenkleed zonder de glans van volwassen vogels. De kop is grijs met een vage rode tint op de kruin, minder intens dan bij volwassen mannen. De nek en borst zijn lichtgeel, met een onregelmatige verspreiding van donkere vlekken. De vleugels vertonen een minder duidelijke bandering, met een meer uniforme kleur. De buik is witachtig met onregelmatige, donkere streepjes. De snavel is korter en lichter van kleur, met een nauwelijks zichtbare wasachtige basis. De poten zijn grijs en minder robuust dan bij volwassenen.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne, grijze donslaag zonder duidelijke tekening. De snavel is kort en lichtgrijs.