Oosterse vorkstaartplevier

Glareola maldivarum

Log in om deze soort toe te voegen

De Oosterse vorkstaartplevier behoort tot het geslacht Glareola binnen de familie van Vorkstaartplevieren (Glareolidae).

Deze vogel komt voor in open landschappen van Zuid- en Zuidoost-Azi� tot Australi�, vaak nabij water. Hij jaagt vooral �s avonds vliegend op insecten, maar foerageert ook op de grond. De soort broedt rechtstreeks op de bodem en vertoont kenmerkend zwaluwachtig vlieggedrag.

Oosterse vorkstaartplevier
Oriental Pratincole
Orientbrachschwalbe
Glar�ole orientale

Taxonomische indeling

Bird Order
Steltloperachtigen (Charadriiformes)
Bird Family
Renvogels en vorkstaartplevieren (Glareolidae)
Bird Genus
Glareola

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Vorkstaartplevieren

Vorkstaartplevieren zijn sierlijke vogels van open, droge landschappen waar zij actief jagen op insecten. Ze combineren grond- en luchtfoerageren en broeden op open, kale bodems. In de avicultuur vragen zij om ruime, overzichtelijke verblijven met droge bodems, veel zon en een rijk aanbod aan insecten. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: open buitenverblijf (40–60 m² per koppel); zand- of kleibodem; korte vegetatie en open zones; binnenverblijf ± 2–3 m² per vogel.
  • Klimaat: warm en droog; temperatuur 15–30 °C; bij < 10–12 °C beschutte binnenruimte; schaduw en windbescherming noodzakelijk.
  • Sociaal: sociaal; per koppel of kleine groep; territoriaal tijdens broedperiode; overzichtelijk verblijf vermindert stress.
  • Voeding: insecten (krekels, meelwormen, sprinkhanen, vliegen); insectenvoer; voer verspreid aanbieden; altijd schoon water beschikbaar.
  • Overig: broedplek op open zand of grind; dagelijkse hygiëne; rustige ligging bevordert welzijn en broedsucces.
Huisvestingsrichtlijnen waterpartij voliere

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

Europese soort (EG richtlijn)

Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.

De belangrijkste vereisten zijn:

  • Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
  • Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
  • Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
  • Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.

Man:
De man heeft een glanzend bruin verenkleed met een subtiele roodachtige tint op de borst. De kop is donkerder met een scherp contrast tegen de lichtere keel. De vleugels zijn lang en puntig, met donkere uiteinden en lichtere dekveren. De rug en staart zijn egaal bruin, zonder opvallende markeringen. De snavel is kort en zwart, met een lichte kromming aan het uiteinde. De poten zijn slank en donkergrijs, wat bijdraagt aan een elegante uitstraling. De ogen zijn donker met een dunne, onopvallende oogring.

Vrouw:
De vrouw lijkt sterk op de man, maar heeft een iets doffere tint in het verenkleed. De borst is minder roodachtig en meer grijsbruin van kleur. De kop heeft een zachtere overgang naar de keel, zonder scherpe contrasten. De vleugels zijn vergelijkbaar in vorm, maar de dekveren zijn iets minder glanzend. De snavel is eveneens zwart, maar iets minder gebogen dan bij de man. De poten zijn donkergrijs en slank, passend bij het algehele silhouet. De ogen zijn donker met een subtiele oogring die nauwelijks opvalt.

Juveniel:
Juvenielen hebben een meer gem�leerd verenkleed met een mix van bruine en beige tinten. De kop is minder uitgesproken, met een vage tekening en een lichtere keel. De vleugels vertonen een patroon van lichte en donkere vlekken, wat een gevlekt uiterlijk geeft. De rug en staart zijn minder egaal, met zichtbare lichte randen aan de veren. De snavel is kort en donker, maar mist de volwassen kromming. De poten zijn lichter grijs en iets dikker dan bij volwassenen. De ogen zijn donker, zonder duidelijke oogring.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, donzig verenkleed in beige en bruine tinten. De snavel en poten zijn lichtgrijs en nog niet volledig ontwikkeld.