Opaalstern

Gygis alba

Log in om deze soort toe te voegen

De Opaalstern behoort tot het geslacht Gygis binnen de familie van Sterns (Laridae).

Deze kleine zeevogel met geheel wit verenkleed komt voor in tropische en subtropische gebieden van de Atlantische, Indische en Grote Oceaan. Hij broedt vaak in bomen op koraaleilanden en jaagt op kleine vissen en schaaldieren door te drijven en futloos te duiken. Het dier heeft een sierlijke vlucht en is actief tijdens zonsopkomst en -ondergang.

Opaalstern
White Tern
0
Gygis blanche

Taxonomische indeling

Bird Order
Steltloperachtigen (Charadriiformes)
Bird Family
Meeuwen (Laridae)
Bird Genus
Gygis

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Sterns

Sterns zijn elegante zee- en kustvogels die leven langs kusten, meren en rivieren. Ze foerageren voornamelijk op vis en broeden in kolonies op open zand- of grindvlaktes. In de avicultuur vragen Sterns om ruime verblijven met open water, overzichtelijke broedplaatsen en rustige omstandigheden. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: buitenverblijf met waterpartij en open landzone (60–80 m² per koppel); waterdiepte 40–80 cm; kale zand- of grindbodem; binnenverblijf ± 2–3 m² per vogel, droog en goed geventileerd.
  • Klimaat: gematigd tot tropisch; temperatuur 5–25 °C; tropische soorten bij < 15 °C verwarmd binnenhok; bescherming tegen wind en regen.
  • Sociaal: kolonievogels; groepshuisvesting aanbevolen; territoriaal tijdens broedperiode – voldoende ruimte per nest noodzakelijk.
  • Voeding: kleine vissoorten en garnalen; voer in of bij het water aanbieden; altijd vers drink- en badwater beschikbaar.
  • Overig: goede waterkwaliteit essentieel; broedplaatsen op open zand of kunstmatige eilanden; rustige ligging en dagelijkse hygiëne bevorderen welzijn en broedsucces.
Huisvestingsrichtlijnen meeuwen

Man:
De man heeft een geheel wit verenkleed met een zijdeachtige glans. De kop is rond en vloeiend overgaand in de nek. De vleugels zijn lang en smal, met een subtiele zilverachtige tint. De snavel is zwart en slank, met een lichte kromming aan het uiteinde. De poten zijn donkergrijs en hebben een gladde textuur. De ogen zijn donker met een dunne, onopvallende oogring.

Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar wit verenkleed als de man, maar met een iets mattere uitstraling. De kop en nek zijn naadloos verbonden, zonder zichtbare kleurverschillen. De vleugels zijn eveneens lang en smal, met een lichte parelmoerglans. De snavel is zwart, iets korter en dikker dan die van de man. De poten zijn donkergrijs, met een iets ruwere structuur. De ogen zijn donker, met een subtiele, grijze oogring.

Juveniel:
Juvenielen hebben een wit verenkleed met een lichtgrijze waas op de vleugels. De kop is iets ronder en voller dan bij volwassenen. De snavel is zwart, korter en dikker, met een stompe punt. De poten zijn grijs, met een iets lichtere tint dan bij volwassenen. De ogen zijn donker, met een onopvallende, grijze oogring. De veren zijn minder glanzend en hebben een iets ruwe textuur.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een donzig, wit verenkleed. De snavel en poten zijn lichtgrijs en zacht.