Vogel
Pacifische jan-van-gent
Pacifische jan-van-gent
Morus serrator
Log in om deze soort toe te voegenDe Pacifische jan-van-gent behoort tot het geslacht Morus binnen de familie van Jan Van Genten (Sulidae).
Deze opvallende duikeend met een ranke, getande snavel en een wilde kuif is te herkennen aan zijn bont gekleurde verenkleed. Het mannetje heeft een donkergroene kop, witte halsring en roestbruine borst, terwijl het vrouwtje grijzer is met een bruine kop. Vooral in de winter zijn ze algemeen langs de Nederlandse kust, want het merendeel van de populatie broedt in Noord-Europa en trekt zuidwaarts om te overwinteren op zout en brak water. Als echte visspecialisten jagen ze overdag in groepen op kleine vissen; hun gezaagde snavel geeft een stevig houvast. Buiten het broedseizoen verblijven ze graag in open water, terwijl ze in de zomer vooral zoetwatermeren en rivieren opzoeken om te broeden, waarbij ze hun nesten op de grond dicht bij het water bouwen.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Slangenhalsvogels, Fregatvogels, Aalscholvers en Janvangenten (Suliformes)
- Bird Family
- Genten (Sulidae)
- Bird Genus
- Morus
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Jan Van Genten
Jan-van-Genten zijn grote zeevogels die leven langs kusten en eilanden, waar ze jagen op vis door spectaculaire duikvluchten. Ze zijn koloniebroeders die nestelen op kliffen of vlakke eilanden. In de avicultuur hebben ze behoefte aan ruime verblijven met open water, rotsachtige rustplaatsen en bescherming tegen harde wind. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: buitenverblijf met vijver of bassin (80–100 m² per koppel); waterdiepte 50–100 cm; landgedeelte met rotsen of platforms; binnenverblijf ± 3–4 m² per vogel, droog en goed geventileerd.
- Klimaat: gematigd tot subtropisch; temperatuur 5–25 °C; bij vorst of langdurige regen beschut binnenhok; schaduw en frisse lucht belangrijk.
- Sociaal: kolonievormend; in kleine groepen houden; tijdens broedtijd territoriaal rond nest; ruime zichtlijnen verminderen agressie.
- Voeding: kleine vissoorten zoals sprot, haring of ansjovis; vis vers of ontdooid voeren; vitaminen en mineralen toevoegen; voer in of bij het water aanbieden.
- Overig: zout- of brakwateromgeving bevordert verenkleed; dagelijkse controle van waterkwaliteit; broedplekken op klifachtige structuren of verhoogde zones; rustige ligging bevordert welzijn.
Man:
De man heeft een helder witte kop met een subtiele gele tint op de kruin. De nek is eveneens wit, wat contrasteert met de zwarte rug en vleugels. De vleugels hebben een glanzende zwarte bovenzijde met scherpe witte randen. De borst en buik zijn egaal wit, zonder vlekken of bandering. De snavel is lang, recht en heeft een lichtgrijze kleur met een blauwe was. De poten zijn blauwgrijs met een gladde structuur. De ogen hebben een lichtblauwe iris met een smalle, donkere oogring.
Vrouw:
De vrouw lijkt sterk op de man, maar heeft een iets doffere gele tint op de kruin. De nek en borst zijn wit, met een subtiele grijze schaduw op de rug. De vleugels zijn zwart met een matte afwerking en hebben bredere witte randen. De buik is helder wit, zonder zichtbare markeringen. De snavel is iets korter en heeft een grijsgroene kleur met een minder opvallende was. De poten zijn blauwgrijs, maar iets lichter dan die van de man. De ogen hebben een lichtblauwe iris met een iets bredere oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een overwegend grijsbruin verenkleed met een vage witte onderzijde. De kop is donkerder met een onregelmatige vlekkenpatroon. De vleugels zijn bruin met lichtere randen en een matte afwerking. De borst en buik zijn grijswit met een lichte bandering. De snavel is korter en donkergrijs, zonder duidelijke was. De poten zijn grijs met een ruwe textuur. De ogen hebben een donkere iris met een onopvallende oogring.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, wit dons. De snavel is kort en lichtgrijs van kleur.