Pagodespreeuw

Sturnia pagodarum

Log in om deze soort toe te voegen

De Pagodespreeuw (synoniem: Sturnia pagodarum, Zwartkopspreeuw) behoort tot het geslacht Sturnia binnen de familie van Spreeuwachtigen (Sturnidae).

De pagodespreeuw is een opvallende vogel die voornamelijk voorkomt in zuidelijk Azi�, van India tot Zuidoost-Azi�. Deze soort leeft in open gebieden zoals graslanden, tuinen en landbouwvelden, vaak op de laagvlakte. Pagodespreeuwen zijn meestal te zien in paren of kleine groepjes, vooral na de broedtijd. Ze voeden zich met insecten, vruchten en zaden, en zijn vaak actief op de grond. Kenmerkend is hun gezellige gedrag en hun voorkeur voor het forageren in gezelschap, soms zelfs samen met andere vogelsoorten.

Pagodespreeuw
Brahminy Starling
Brahmanenstar
�tourneau des pagodes

Taxonomische indeling

Bird Order
Zangvogels (Passeriformes)
Bird Family
Spreeuwen (Sturnidae)
Bird Genus
Sturnia

Ringmaat

Man 4.5 mm Vrouw 4.5 mm

Welzijnsadviezen

Overige vogels

De categorie overige vogels omvat een zeer brede en diverse groep vogelsoorten met uiteenlopende biologische, ecologische en gedragsmatige kenmerken. Vanwege deze grote variatie is het niet mogelijk om één uniforme set huisvestingsrichtlijnen op te stellen die voor alle soorten binnen deze categorie passend en verantwoord is.

Om die reden zijn er voor deze categorie geen specifieke, vastomlijnde richtlijnen geformuleerd. Bij het huisvesten van overige vogels dient altijd maatwerk te worden toegepast, waarbij rekening wordt gehouden met de soortspecifieke behoeften, natuurlijke leefwijze, sociale structuur en welzijnseisen van de betreffende vogels. Algemene principes van dierenwelzijn, veiligheid en verzorging blijven hierbij leidend.

Huisvestingsrichtlijnen waterpartij diep

Man:
De man heeft een glanzend zwart verenkleed op de kop en nek. De borst en buik zijn lichtgrijs met een subtiele zilveren glans. Vleugels zijn donker met een lichte, bijna witte rand aan de dekveren. De rug is donkergrijs, wat contrasteert met de lichtere onderzijde. De snavel is geel met een donkere punt, wat een scherp contrast biedt. Poten zijn oranjegeel en vrij slank. De iris is helder geel, omringd door een dunne, donkere oogring.

Vrouw:
De vrouw heeft een minder glanzend verenkleed dan de man, met een matte afwerking. De kop en nek zijn donkergrijs, zonder de zwarte glans van de man. De borst en buik zijn lichtgrijs, met een subtiele bruine tint. Vleugels zijn donker met een minder uitgesproken lichte rand. De snavel is geel, maar iets doffer dan die van de man. Poten zijn oranjegeel, maar iets robuuster van structuur. De iris is geel, met een iets bredere donkere oogring.

Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer verenkleed met een overwegend bruine tint. De kop en nek zijn lichtbruin, zonder de glans van volwassen vogels. De borst en buik zijn grijsbruin, met een vage streping. Vleugels zijn donkerbruin met een lichte rand, minder uitgesproken dan bij volwassenen. De snavel is geelachtig, maar met een meer uniforme kleur. Poten zijn bleek oranje, minder fel dan bij volwassenen. De iris is grijsachtig, met een nauwelijks zichtbare oogring.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne, grijsachtige donslaag. De snavel is bleekgeel en nog niet volledig ontwikkeld.