Vogel
Palawanpauwfazant
Palawanpauwfazant
Polyplectron napoleonis
Log in om deze soort toe te voegenDe Palawanpauwfazant (synoniem: Palawanspiegelpauw, Palawan pauwfazant, Polyplectron emphanum) behoort tot het geslacht Polyplectron binnen de familie van Hoenderachtigen (Phasianidae).
Deze opvallende vogel komt uitsluitend voor in de regenwouden langs de kust van het Filipijnse eiland Palawan, waar hij leeft op de bosbodem tot ongeveer 1000 meter hoogte. Mannetjes zijn solitair en tentoonstellen een spectaculaire waaiervormige staart met blauwgroene ogen, terwijl vrouwtjes in kleine groepen voorkomen en een onopvallende bruine kleur hebben. De soort staat bekend om zijn rustige gedrag en cultuurhistorische betekenis voor de lokale bevolking.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Hoenderachtigen (Galliformes)
- Bird Family
- Fazantachtigen (Phasianidae)
- Bird Genus
- Polyplectron
Ringmaat
Man 10.0 mm Vrouw 10.0 mmWelzijnsadviezen
Fazanten
Deze soort behoort tot de fazantachtigen (Phasianidae) en vraagt om een ruime, natuurlijke en beschutte leefomgeving.
Voor het welzijn van fazantachtigen is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.
- Ruimte: ca. 10 m² per paar (2,5 m hoog); bij groepen ± 6 m² per dier vanaf 20 weken; jonge vogels stapsgewijs meer ruimte (1,5 → 3 → 6 m²).
- Inrichting: volière dicht beplant met struiken/bomen; zitgelegenheid; schuilhok van ca. ⅓ van de volière;
bij meerdere volières worden schermen om hanen te scheiden, geadviseerd. - Sociaal: houden in paren of haremgroepen; buiten de kweekperiode eventueel apart.
- Voeding: zaden, granen, groenvoer, fruit/bessen; in kweek extra dierlijk eiwit (insecten, meelwormen).
- Overig: geschikte bodembedekking; geen ingrepen zoals snavelkappen of piercings.
Wetgeving(en)
EU verordening bijlage X
Deze vogelsoort valt onder de bepalingen van bijlage X, waarin aanvullende regels zijn vastgelegd rondom invoer, gezondheid en welzijn. Bij binnenkomst in de Europese Unie moeten vogels voldoen aan strikte veterinaire eisen, inclusief verplichte quarantaine en gezondheidsverklaringen om verspreiding van ziekten te voorkomen. Voor de avicultuur betekent dit dat alleen vogels die aan deze voorwaarden voldoen, gehouden mogen worden. Daarnaast gelden er extra eisen ten aanzien van huisvesting en verzorging, zodat het welzijn van de vogels gewaarborgd blijft.
De belangrijkste vereisten zijn:
- Betreft soorten met invoer- en houderijvoorwaarden.
- Verplichte controles op gezondheid en welzijn bij invoer.
- Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
- Quarantaine en veterinaire keuring vaak vereist.
- Alleen toegestaan wanneer aan alle welzijns- en gezondheidsregels wordt voldaan.
Man:
Het mannetje is een kleine tot middelgrote pauwfazant van circa 50-55 cm lengte. Het verenkleed is rijk versierd met iriserende oogvlekken. De kop en hals zijn bruingrijs met fijne donkere strepen; de keel is vuilwit. De borst en buik zijn bruin met lichte schubtekening. De rug, vleugeldekveren en vooral de verlengde bovestaartdekveren dragen grote, opvallende oogvlekken die blauwgroen tot turkooizen glanzen en zwart omrand zijn. De staart is middellang, bruin en voorzien van meerdere oogvlekken die in balts uitgespreid worden. Rond het oog bevindt zich een kale huidzone, lichtblauw van kleur. De snavel is hoornkleurig tot grijs, de poten zijn grijs tot vleeskleurig met vaak meerdere sporen per poot, en de iris is donkerbruin.
Vrouw:
Het vrouwtje is kleiner en veel minder contrastrijk. Haar verenkleed is warmbruin tot kastanjebruin met donkere bandering en lichte schubjes. De borst en buik zijn beige tot lichtbruin met fijne stippen. De staart is korter en uniform bruin met subtiele bandering, zonder iriserende oogvlekken. De ooghuid is blauwachtig maar valer en kleiner dan bij het mannetje. De snavel is grijsbruin, de poten slanker en meestal zonder duidelijke sporen, en de iris is bruin.
Juveniel:
Juvenielen lijken sterk op het vrouwtje. Het verenkleed is overwegend bruin met fijne lichte en donkere bandering en stippen. De borst en buik zijn vuilwit tot beige. De staart is kort en zonder oogvlekken. De snavel is donkergrijs, de poten vleeskleurig en de iris zeer donker. Bij jonge hanen verschijnen na enkele maanden de eerste iriserende oogvlekken op rug en staart.
Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met zacht geelbruin dons met donkere lengtestrepen over rug en kop, een doeltreffend camouflagepatroon voor bosrijke leefgebieden. De onderzijde is bleekgeel tot crème. De snavel is klein en donkergrijs, de poten vleeskleurig en de iris zwartbruin. Het geslachtsverschil wordt pas zichtbaar na de eerste rui.