Papegaaialk

Aethia psittacula

Log in om deze soort toe te voegen

De Papegaaialk behoort tot het geslacht Aethia binnen de familie van Alken (Alcidae).

Deze kleine zeevogel leeft langs de noordelijke kusten van de Grote Oceaan en broedt op rotsachtige eilanden. Hij voedt zich vooral met plankton en kleine zeediertjes, die hij onder water vangt. Tijdens de winter trekt hij naar zuidelijkere gebieden zoals Japan en Californi�. De vogel zoekt zijn nestplaatsen in spleten tussen rotsen en vertoont sociaal duikgedrag.

Papegaaialk
Parakeet Auklet
Rotschnabelalk
Starique perroquet

Taxonomische indeling

Bird Order
Steltloperachtigen (Charadriiformes)
Bird Family
Alken (Alcidae)
Bird Genus
Aethia

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Alken

Alken – waaronder soorten als alk, zeekoet en papegaaiduiker – zijn zeevogels die uitstekend aangepast zijn aan een leven in koud water. In de avicultuur hebben zij behoefte aan ruime waterpartijen, koele temperaturen en mogelijkheden om te duiken en nestelen. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: verblijf met ca. 50% water en 50% land; waterdiepte 2 m; rotsachtige omgeving met nestholen of nissen.
  • Klimaat: koelgematigd; watertemperatuur 5–12 °C; goede ventilatie en koeling in warme periodes.
  • Sociaal: groeps- of koloniehuisvesting aanbevolen; tijdens broed voldoende nestplaatsen in holtes of tunnels.
  • Voeding: verse of diepgevroren vis (sprot, haring, ansjovis, zandspiering); aanvullen met kleine schaaldieren; supplementen indien nodig.
  • Water & hygiëne: schoon zwem- en drinkwater altijd beschikbaar; bassins continu filteren of regelmatig verversen; rustige omgeving met veilige rotsstructuren.
Huisvestingsrichtlijnen water diep rotsen

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

Europese soort (EG richtlijn)

Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.

De belangrijkste vereisten zijn:

  • Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
  • Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
  • Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
  • Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.

Man:
De man heeft een opvallend glanzend zwart verenkleed op de kop en nek. De borst en buik zijn donkergrijs met een subtiele matte afwerking. Vleugels en rug tonen een diepere zwarte tint met lichte randen. De snavel is kort, dik en helder oranje van kleur. De poten zijn donkergrijs met een licht ruwe textuur. De iris is donkerbruin, omringd door een dunne witte oogring. In de zomer is het verenkleed iets doffer door slijtage.

Vrouw:
De vrouw heeft een minder glanzend verenkleed dan de man, met een meer matte afwerking. De kop en nek zijn donkergrijs, terwijl de borst en buik lichter grijs zijn. Vleugels en rug hebben een gelijkmatige grijze tint met subtiele lichte randen. De snavel is kort en oranje, maar iets minder fel dan bij de man. Poten zijn donkergrijs, vergelijkbaar met de man. De iris is donkerbruin met een dunne witte oogring. In de winter is het verenkleed egaler van kleur.

Juveniel:
Juvenielen hebben een overwegend grijs verenkleed met een matte afwerking. De kop en nek zijn donkergrijs, terwijl de borst en buik lichter zijn. Vleugels en rug zijn egaal grijs zonder duidelijke randen. De snavel is kort en bleek oranje, minder opvallend dan bij volwassenen. Poten zijn lichtgrijs met een gladde textuur. De iris is donkerbruin zonder opvallende oogring. Het verenkleed wordt geleidelijk donkerder naarmate ze ouder worden.

Kuiken:
Kuikens hebben een donzig grijs verenkleed met een zachte textuur. De snavel is klein en bleek oranje.