Patrijs

Perdix perdix

Log in om deze soort toe te voegen

De Patrijs (synoniem: Europese patrijs, veldpatrijs, inlandse patrijs) behoort tot het geslacht Perdix binnen de familie van Hoenderachtigen (Phasianidae).

De patrijs is een standvogel die voornamelijk in open agrarische gebieden zoals akkerland en extensief hooiland wordt gevonden. Het verspreidingsgebied in Nederland omvat vooral Zeeland, Noord-Brabant en delen van Limburg. De vogel is een standvogel met een voorkeur voor gevarieerde landschappen. De patrijs leeft van plantaardig en dierlijk voedsel, waarbij jongen zich voornamelijk met insecten voeden. De soort is erg gevoelig voor landschapsveranderingen en heeft te maken met een achteruitgang van het_similarity aandeel in de populatie.

Patrijs
Grey Partridge
Rebhuhn
Perdrix grise

Taxonomische indeling

Bird Order
Hoenderachtigen (Galliformes)
Bird Family
Fazantachtigen (Phasianidae)
Bird Genus
Perdix

Ringmaat

Man 7.0 mm Vrouw 7.0 mm

Welzijnsadviezen

Hoenderachtigen

Hoenderachtigen omvatten een brede groep vogels zoals fazanten, pauwen, korhoenders, kwartels en patrijzen. Deze vogels worden in de avicultuur gehouden vanwege hun sierwaarde en gedragsrijkdom. Voor het welzijn van hoenderachtigen is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.

  • Huisvesting: ruime volière (15–25 m² per koppel, 2–2,5 m hoog) met gras, struiken of lage vegetatie; zitstokken of takken voorzien; droog, tochtvrij binnenverblijf bij kou of regen.
  • Klimaat: de meeste soorten winterhard; bescherming tegen regen, wind en vorst; tropische soorten vorstvrij bij >10 °C; schaduw nodig in de zomer.
  • Sociaal: houden volgens soortspecifieke structuur – kwartels/patrijzen in paren of groepen, fazanten in harems, pauwen in groepen met afstand tussen hanen; tijdens broedperiode apart huisvesten.
  • Voeding: volledig pluimvee- of fazantenvoer, aangevuld met zaden, granen, groenvoer, fruit en insecten; tijdens kweek extra dierlijk eiwit; altijd vers water en grit.
  • Overig: droge, goed gedraineerde bodem; visuele afscheiding tussen hanen; overbezetting vermijden om stress en verenpluk te voorkomen.
Huisvestingsrichtlijnen Hoenderachtigen

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

Europese soort (EG richtlijn)

Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.

De belangrijkste vereisten zijn:

  • Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
  • Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
  • Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
  • Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.

Man:
Het mannetje is een middelgrote patrijs van circa 28 à 32 cm lengte. De kop is warm kastanjebruin met een roodbruine oogstreep en een grijs voorhoofd. De keel is wit, scherp omlijst door een zwarte rand. De borst is egaal grijs, terwijl de buik vuilwit is met centraal een kastanjebruine hoefijzervormige vlek, kenmerkend voor volwassen mannetjes. De rug en vleugels zijn bruin tot zandbruin met kastanjebruine en beige bandering, en de flanken vertonen brede kastanjebruine strepen afgewisseld met wit. De staart is kort en kastanjebruin. De snavel is stevig en hoornkleurig grijs, de poten zijn vleeskleurig tot oranje en de iris donkerbruin.

Vrouw:
Het vrouwtje lijkt sterk op het mannetje, maar is gemiddeld iets kleiner en minder contrastrijk. De koptekening is doffer, de keelband smaller of minder scherp begrensd. De buik mist vaak de uitgesproken hoefijzervlek of toont slechts een vage variant. De snavel, poten en iris zijn identiek van kleur aan die van het mannetje.

Juveniel:
Juvenielen zijn egaler zandbruin en missen de uitgesproken kop- en borsttekening. De borst en buik zijn beige tot lichtbruin, zonder hoefijzervlek. De kop is uniform bruin zonder duidelijke oogstreep. De snavel is donkergrijs, de poten vleeskleurig tot bleek oranje en de iris zeer donker. Bij het ouder worden ontwikkelen zich de kenmerkende flankstrepen en bij mannetjes de hoefijzervlek.

Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met geelbruin dons met brede donkere lengtestrepen over rug en kop, wat een uitstekend camouflagepatroon vormt in grasrijke habitats. De onderzijde is bleekgeel tot créme. De snavel is klein en donkergrijs, de poten vleeskleurig en de iris zwartbruin. Het geslachtsverschil in verenkleed verschijnt pas na de eerste rui.

Bekijk ook:

  • Tijdschrift 214
  • Tijdschrift 261
  • Tijdschrift 274
  • Tijdschrift 281