Vogel
Pauwkalkoen
Pauwkalkoen
Meleagris ocellata
Log in om deze soort toe te voegenDe Pauwkalkoen (synoniem: Agriocharis ocellata of Honduras pauwkalkoen) behoort tot het geslacht Meleagris binnen de familie van Grootpoothoenders (Phasianidae).
Deze vogel komt voor in het tropisch loof- en altijdgroene woud van het schiereiland Yucatán in Mexico, Belize en Guatemala. Hij leeft in kleine groepen en voedt zich met zaden, bessen, insecten en bladeren. Door habitatverlies en jacht neemt de populatie af, hoewel sommige beschermde gebieden stabiliteit bieden.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Hoenderachtigen (Galliformes)
- Bird Family
- Fazantachtigen (Phasianidae)
- Bird Genus
- Meleagris
Ringmaat
Man 18.0 mm Vrouw 18.0 mmWelzijnsadviezen
Grootpoothoenders
Grootpoothoenders, ook wel megapoden genoemd, zijn bodembewonende hoenderachtigen uit Australazië en eilanden in de Stille Oceaan. Ze staan bekend om hun unieke broedgedrag: de eieren worden gelegd in broedhopen van aarde, bladeren en zand die door warmte en ontbinding worden verwarmd. In de avicultuur hebben deze vogels behoefte aan ruime, natuurlijke verblijven met graafmogelijkheden en een warm, stabiel klimaat. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: ruim buitenverblijf met droge zand- of bosbodem (minimaal 40–50 m² per koppel); voorzien van bladeren, takken en graafzones; gedeeltelijk beschaduwd en goed gedraineerd; binnenverblijf ± 3–4 m² per vogel, droog, warm en tochtvrij.
- Klimaat: tropisch/subtropisch; temperatuur 22–30 °C; bij < 18 °C verwarmd binnenhok; luchtvochtigheid 60–80%; beschutting tegen regen en wind noodzakelijk.
- Sociaal: te houden in paren of kleine groepen; tijdens broedperiode territoriaal, daarom per koppel afzonderlijk; rustige, natuurlijke omgeving vermindert stress.
- Voeding: allesetend met nadruk op plantaardig materiaal, zaden, vruchten, insecten en wormen; aanvullend zachtvoer en universeelvoer; tijdens kweekperiode extra dierlijk eiwit; altijd vers drinkwater beschikbaar.
- Overig: voldoende graafmogelijkheden voor nesthopen van zand, bladeren of compost; droge, schone bodem voorkomt schimmelvorming; dagelijkse controle van voer- en waterkwaliteit; rustige ligging van het verblijf aanbevolen.
Man:
De mannelijke vogel heeft een opvallend iriserend verenkleed met een mix van groen, blauw en brons. De kop is kaal en blauwachtig met feloranje wratten. De nek is glanzend groen en loopt over in een bronskleurige borst. De vleugels zijn donker met een patroon van ronde, oogachtige vlekken. De staartveren zijn lang en eindigen in een oogvormige vlek met blauwe en koperkleurige tinten. De snavel is kort en grijs met een lichte kromming. De poten zijn roodachtig met sporen die prominent aanwezig zijn.
Vrouw:
De vrouwelijke vogel heeft een minder glanzend verenkleed met overwegend brons- en groentinten. De kop is minder fel gekleurd en heeft kleinere oranje wratten. De nek en borst zijn doffer en minder contrastrijk dan bij de man. De vleugels vertonen een subtieler patroon van oogvlekken. De staart is korter en de oogvlekken zijn minder uitgesproken. De snavel is vergelijkbaar met die van de man, maar iets slanker. De poten zijn ook roodachtig, maar zonder sporen.
Juveniel:
Juveniele vogels hebben een dofbruin verenkleed met een lichte glans op de rug en vleugels. De kop is bedekt met fijne, bruine veren en mist de opvallende kleuren van volwassen vogels. De nek en borst zijn egaal bruin zonder duidelijke patronen. De vleugels hebben een vaag patroon van oogvlekken die minder contrastrijk zijn. De staart is kort en heeft een onopvallend patroon. De snavel is grijs en recht, zonder kromming. De poten zijn grijsachtig en glad.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, geelbruin dons. Hun poten zijn lichtgrijs en nog niet volledig ontwikkeld.