Pelagische aalscholver

Urile pelagicus

Log in om deze soort toe te voegen

De Pelagische aalscholver behoort tot het geslacht Urile binnen de familie van Aalscholvers (Phalacrocoracidae).

Deze zeevogel komt voor langs de kusten van de noordelijke Stille Oceaan, van de Aleoeten tot aan Mexico. Hij leeft vooral op rotsachtige kusten en eilanden, waar hij nestelt en op zee jaagt op vis en invertebraten. De vogel is over het algemeen solitair, maar kan in groepen voorkomen bij voedselrijke plekken. Hij is niet sterk migrerend en blijft meestal in zijn leefgebied, waar hij zich aanpast aan zowel rotskusten als open zee.

Pelagische aalscholver
Pelagic Cormorant
Meerscharbe
Cormoran p�lagique

Taxonomische indeling

Bird Order
Slangenhalsvogels, Fregatvogels, Aalscholvers en Janvangenten (Suliformes)
Bird Family
Aalscholvers (Phalacrocoracidae)
Bird Genus
Urile

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Aalscholvers

Aalscholvers zijn visetende watervogels die veel tijd doorbrengen in en rond het water. In de avicultuur vragen zij om ruime waterpartijen, zitplaatsen om te drogen, en beschutte plekken om te rusten en broeden. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: ruim buitenverblijf (40–60 m² per paar) met ≥ 50% wateroppervlak; waterdiepte 2–3 m; droog eiland of rotsen voor rust en drogen van veren.
  • Klimaat: gematigde soorten buiten bij ijsvrij water; tropische soorten vorstvrij bij > 10 °C; goede ventilatie zonder tocht.
  • Sociaal: kolonievogels; groepshuisvesting mogelijk bij voldoende ruimte; tijdens broedseizoen extra ruimte of visuele afscheiding tussen paren.
  • Voeding: verse of diepgevroren vis (haring, sprot, spiering, forel, sardine); aanvulling met vitaminen en mineralen; altijd vers drinkwater.
  • Overig: schoon, doorstroomd water; stevige zitplaatsen of rotsen op verschillende hoogten; rustige omgeving bevordert welzijn en broedsucces.
Huisvestingsrichtlijnen waterpartij diep

Man:
De man heeft een glanzend zwart verenkleed met een groene metaalachtige glans op de kop. De nek en borst zijn diepzwart, zonder zichtbare markeringen of vlekken. De vleugels tonen een subtiele blauwachtige glans, vooral bij goed licht. De snavel is recht en zwart, met een lichte kromming aan de punt. De poten zijn donkergrijs met een licht ruwe textuur. De iris is donkerbruin, zonder opvallende oogring.

Vrouw:
De vrouw heeft een doffer zwart verenkleed met een bruine tint op de kop en nek. De borst en buik zijn donkergrijs, met een lichte, onregelmatige bandering. De vleugels zijn matzwart, zonder de glans die bij de man te zien is. De snavel is iets korter en lichter van kleur dan die van de man. De poten zijn grijs met een gladde structuur. De iris is donkerbruin, met een subtiele grijze oogring.

Juveniel:
Juvenielen hebben een bruin verenkleed met lichtere randen aan de veren, wat een versleten uiterlijk geeft. De kop en nek zijn donkerbruin, met een vage, lichtere streep over de keel. De borst en buik zijn lichtbruin met een onregelmatige, vlekkerige patroon. De vleugels zijn donkerbruin, met een matte afwerking. De snavel is kort en grijs, met een gele was aan de basis. De poten zijn lichtgrijs, met een gladde textuur. De iris is donkerbruin, zonder opvallende oogring.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, grijs dons dat een lichtbruine tint heeft. De snavel is kort en geelachtig.