Peruaanse griel

Hesperoburhinus superciliaris

Log in om deze soort toe te voegen

De Peruaanse griel (synoniem: Perugriel) behoort tot het geslacht Hesperoburhinus binnen de familie van Grielen (Burhinidae).

Deze vogel komt voor van zuidelijk Ecuador tot noordelijk Chili en leeft in droge, open gebieden. Hij is nachtactief en voedt zich voornamelijk met insecten en kleine dieren. Zijn gedrag is schuw en hij rust overdag vaak verborgen om aan predatie te ontsnappen.

Peruaanse griel
Peruvian Thick-knee
Inkatriel
Oedicn�me du P�rou

Taxonomische indeling

Bird Order
Steltloperachtigen (Charadriiformes)
Bird Family
Grielen (Burhinidae)
Bird Genus
Hesperoburhinus

Ringmaat

Man 8.0 mm Vrouw 8.0 mm

Welzijnsadviezen

Grielen

Grielen zijn middelgrote, nachtactieve steltlopers die leven in droge, open landschappen met zandige bodems en lage vegetatie. In de avicultuur hebben ze behoefte aan ruime, overzichtelijke verblijven met droog substraat, beschutting en een rustige omgeving. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: Ruim, droog buitenverblijf met zand- of grindbodem (30–40 m² per paar); enkele lage grassen, kruiden en stenen als dekking; open terrein met goed zicht; binnenverblijf ± 2–3 m² per vogel, droog, tochtvrij en warmer dan 10 °C.
  • Klimaat: Afkomstig uit warme, droge gebieden; temperatuur boven 10 °C; bij < 5 °C verwarmd binnenhok (10–15 °C); lage luchtvochtigheid en goede ventilatie; bescherming tegen regen en koude.
  • Sociaal: Te houden in paren of kleine familiegroepen; tijdens broedperiode territoriaal — daarom per koppel afzonderlijk; rustige, prikkelarme omgeving bevordert natuurlijk gedrag.
  • Voeding:  Insectenrijk dieet met krekels, meelwormen, sprinkhanen en kevers; aanvullen met zachtvoer of universeelvoer en af en toe zaden of bessen; tijdens broedperiode extra dierlijk eiwit; altijd vers drinkwater in lage bak.
  • Overig:  Droge, goed drainerende bodem; dagelijks reinigen van voer- en drinkbakken; open zandzones voor nestkuiltjes; kuikens zijn nestvlieders; rustige ligging aanbevolen — nachtelijke roep kan luid zijn.
Huisvestingsrichtlijnen Grielen

Man:
De man heeft een opvallend glanzend verenkleed met een diepblauwe tint op de kop. De nek en borst zijn donkergrijs met een subtiele zilveren glans. De vleugels vertonen een contrasterende zwarte en witte bandering. De buik is lichter grijs, bijna wit, met een zachte overgang naar de flanken. De snavel is kort en stevig, met een zwarte kleur en een lichte kromming. De poten zijn donkergrijs met een gladde textuur. De iris is helder geel, omringd door een dunne zwarte oogring.

Vrouw:
De vrouw heeft een matter verenkleed met een overwegend bruine tint op de kop. De nek en borst zijn lichtbruin met een subtiele beige gloed. De vleugels hebben een minder uitgesproken bandering dan de man. De buik is cr�mekleurig met een zachte overgang naar de flanken. De snavel is slanker en iets langer dan die van de man, met een grijsbruine kleur. De poten zijn lichtgrijs met een ruwe textuur. De iris is donkerbruin, zonder opvallende oogring.

Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer verenkleed met een overwegend grijsbruine tint op de kop. De nek en borst zijn vaalgrijs met een lichte beige waas. De vleugels vertonen een onregelmatige bandering met vage witte vlekken. De buik is lichtgrijs met een onduidelijke overgang naar de flanken. De snavel is kort en recht, met een bleke grijze kleur. De poten zijn lichtgrijs met een enigszins schubbige textuur. De iris is grijsbruin, zonder duidelijke oogring.

Kuiken:
Kuikens hebben een pluizig, lichtgrijs verenkleed met een zachte textuur. De snavel is klein en geelachtig van kleur.