Philipijnse kaketoe

Cacatua haematuropygia

Log in om deze soort toe te voegen

De Philipijnse kaketoe behoort tot het geslacht Cacatua binnen de familie van Kaketoeachtigen (Cacatuidae).

Deze vogelsoort komt endemisch voor op de Filipijnen, vooral op het eiland Palawan en enkele nabijgelegen eilanden. Hij leeft voornamelijk in laaglandbossen, rivierbossen en mangroven, maar kan ook worden aangetroffen in bosranden en open velden. De vogel is erg luidruchtig en vormt buiten de broedtijd grotere groepen. Tijdens het broedseizoen leven de paren meestal afzonderlijk en gebruiken vaak hetzelfde nestjaar na jaar. Door intensief vangen en verlies van leefgebied is de soort sterk in aantal afgenomen en staat nu op de rode lijst van bedreigde soorten.

Philipijnse kaketoe
Philippine Cockatoo
Rotstei�kakadu
Cacato�s des Philippines.

Taxonomische indeling

Bird Order
Papegaaiachtigen (Psittaciformes)
Bird Family
Kaketoes (Cacatuidae)
Bird Genus
Cacatua

Ringmaat

Man 10.0 mm Vrouw 10.0 mm

Welzijnsadviezen

Overige vogels

De categorie overige vogels omvat een zeer brede en diverse groep vogelsoorten met uiteenlopende biologische, ecologische en gedragsmatige kenmerken. Vanwege deze grote variatie is het niet mogelijk om één uniforme set huisvestingsrichtlijnen op te stellen die voor alle soorten binnen deze categorie passend en verantwoord is.

Om die reden zijn er voor deze categorie geen specifieke, vastomlijnde richtlijnen geformuleerd. Bij het huisvesten van overige vogels dient altijd maatwerk te worden toegepast, waarbij rekening wordt gehouden met de soortspecifieke behoeften, natuurlijke leefwijze, sociale structuur en welzijnseisen van de betreffende vogels. Algemene principes van dierenwelzijn, veiligheid en verzorging blijven hierbij leidend.

Huisvestingsrichtlijnen waterpartij diep

Man:
De man heeft een helderwitte lichaamskleur met een subtiele roze gloed op de wangen. De kuif is opvallend en kan rechtop staan, met een lichte gele tint aan de basis. De vleugels en staart zijn wit, met een lichte geelachtige ondertoon aan de onderzijde. De snavel is grijs en stevig, met een lichte kromming aan de punt. De poten zijn donkergrijs en hebben een robuuste structuur. De iris is donkerbruin, omgeven door een smalle, lichtgrijze oogring.

Vrouw:
De vrouwtjes hebben een vergelijkbaar verenkleed als de mannetjes, maar met een iets zachtere roze tint. De kuif is iets minder prominent en heeft een subtiele gele schijn. De vleugels zijn wit met een lichte, bijna onzichtbare gele gloed aan de onderkant. De snavel is iets slanker en lichter grijs van kleur. De poten zijn donkergrijs, maar iets fijner van structuur. De iris is donkerbruin, met een iets bredere lichtgrijze oogring.

Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer wit verenkleed met een meer uitgesproken roze tint op de wangen. De kuif is minder ontwikkeld en heeft een bleke gele basis. De vleugels en staart zijn wit, met een lichte, onregelmatige gele schijn. De snavel is lichter grijs en minder gebogen dan bij volwassenen. De poten zijn lichtgrijs en minder robuust. De iris is donkerbruin, met een onopvallende lichtgrijze oogring.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne, witte donslaag. De snavel en poten zijn lichtgrijs en zacht.