Vogel
Prairiehoen
Prairiehoen
Tympanuchus cupido
Log in om deze soort toe te voegenDe Prairiehoen behoort tot het geslacht Tympanuchus binnen de familie van Ruigpoothoenders (Phasianidae).
Deze middelgrote vogel leeft in uitgestrekte graslanden van de Great Plains, waar hij voorkeur geeft aan hoge grasvelden zonder veel struikgewas. Mannetjes voeren in het voorjaar indrukwekkende paringsdansjes uit op traditionele dansplaatsen, waarbij ze fel gekleurde luchtzakken opblazen en trommelende geluiden maken. Vrouwtjes bouwen nestjes in dicht gras en leiden hun kuikens naar voedselrijke gebieden met zaden en insecten. De soort speelt een belangrijke rol in het behoud van graslandecosystemen.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Hoenderachtigen (Galliformes)
- Bird Family
- Fazantachtigen (Phasianidae)
- Bird Genus
- Tympanuchus
Ringmaat
Man 12.0 mm Vrouw 12.0 mmWelzijnsadviezen
Ruigpoothoenders
Ruigpoothoenders, waaronder korhoenders, hazelhoenders en sneeuwhoenders, zijn vogels uit koelere streken die zich goed aanpassen aan bosrijke of bergachtige gebieden. In de avicultuur vragen ze om rustige, ruime volières met natuurlijke begroeiing, schaduw en beschutting. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: ruime volière (30–50 m² per paar, ≥ 2,5 m hoog) met zand-, aarde- of grasbodem; afwisseling van open zones en beplanting (struiken, varens, coniferen) voor beschutting; droog nacht- of rusthok (3–5 m² per paar) bij slecht weer of kou.
- Klimaat: koudetolerant; jaarrond buiten te houden mits droog en tochtvrij; natte omstandigheden vermijden; in warme klimaten schaduw en ventilatie voorzien.
- Sociaal: leven in paren of kleine groepen; tijdens broedperiode territoriale hanen – aparte verblijven aanbevolen; rustige omgeving bevordert natuurlijk gedrag.
- Voeding: fazanten- of hoendervoer aangevuld met zaden, bessen, knoppen en bladgroen; in kweek extra insecten of meelwormen; grit en maagkiezel altijd beschikbaar; dagelijks vers water.
- Overig: regelmatig schoonmaken van verblijven om parasieten en schimmel te voorkomen; natuurlijke beplanting bevordert welzijn; harde geluiden en plotselinge verstoringen vermijden.
Man:
De man heeft een opvallend verenkleed met een mix van bruine en witte tinten. De borst is donkerbruin met lichte vlekken, terwijl de buik lichter is. De kop heeft een contrasterende donkere kroon en lichte wangen. De nek is versierd met opvallende, opgezette veren tijdens de balts. De vleugels tonen een patroon van bruine en witte strepen. De snavel is kort en grijs, met een lichte wasachtige basis. De poten zijn grijsachtig met een ruwe textuur.
Vrouw:
De vrouw heeft een subtieler verenkleed met overwegend bruine tinten en lichtere strepen. De borst en buik zijn gelijkmatig gevlekt, zonder de opvallende patronen van de man. De kop is minder contrasterend, met een gelijkmatige bruine kleur. De nek is minder uitgesproken, zonder opgezette veren. De vleugels hebben een fijnere bandering van bruin en wit. De snavel is slanker en lichter van kleur. De poten zijn vergelijkbaar met die van de man, maar iets fijner.
Juveniel:
Juvenielen hebben een egaler bruin verenkleed met minder uitgesproken patronen. De borst en buik zijn licht gevlekt, met een zachte overgang naar de flanken. De kop is egaal bruin, zonder duidelijke markeringen. De nek is korter en minder opvallend dan bij volwassenen. De vleugels hebben een subtiele bandering, met minder contrast. De snavel is klein en lichtgrijs, met een zachte wasachtige basis. De poten zijn dunner en lichter van kleur.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zachte, donzige vacht in bruine en gele tinten. De snavel is klein en lichtgekleurd.