Punafuut

Podiceps taczanowskii

Log in om deze soort toe te voegen

De Punafuut behoort tot het geslacht Podiceps binnen de familie van Futen (Podicipedidae).

Deze vogelsoort is endemisch in het Andesgebergte van Peru, in het bijzonder rond Lake Jun�n op een hoogte van meer dan 4000 meter. Het is een vluchteloze soort die voornamelijk in de omgeving van rietbedden en open water verblijft. De populatie is klein en kwetsbaar, met ongeveer 300 tot 400 individuen. Qua uiterlijk heeft deze soort een karakteristieke kleurpatroon met een donkergrijze rug en witte onderdelen, en hij heeft opvallend rode ogen.

Punafuut
Puna Grebe
Punataucher
Gr�be de Taczanowski

Taxonomische indeling

Bird Order
Futen (Podicipediformes)
Bird Family
Futen (Podicipedidae)
Bird Genus
Podiceps

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Futen

Futen zijn uitstekende zwemmers en duikers die vooral in stilstaande of langzaam stromende wateren leven. In de avicultuur hebben ze behoefte aan ruime waterpartijen met vegetatie en beschutte oevers voor broedgedrag. De volgende welzijnsrichtlijnen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze richtlijnen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: ruim buitenverblijf met open water (60–100 m² per paar, 1–2,5 m diep); ca. ⅓ van het oppervlak met riet en waterplanten; zacht aflopende oever of drijvend rustplatform; landgedeelte ± 10 m² per paar.
  • Klimaat: gematigde soorten buiten op ijsvrij water; tropische soorten vorstvrij verblijf met water in winter; beschutting tegen wind en regen.
  • Sociaal: vooral in paren houden; buiten broedseizoen groepshuisvesting mogelijk met veel ruimte; tijdens kweek visuele afscheiding bij territoriale soorten.
  • Voeding: vis (levend of diepgevroren) zoals voorn of spiering; aanvullen met insecten, garnalen of watervogelpellets; tijdens kweek extra dierlijk eiwit en vitaminen; altijd schoon zwem- en drinkwater.
  • Overig: uitstekende waterkwaliteit door filtratie of verversing; drijvende rietmatten of vegetatie voor nestbouw; rustige, natuurlijke omgeving bevordert natuurlijk gedrag.
Huisvestingsrichtlijnen futen

Man:
De man heeft een opvallend grijsbruin verenkleed met een lichte glans. De kop is donkerder met een subtiele zwarte kap. De nek is lichtgrijs, wat contrasteert met de donkerdere borst. De buik is witachtig met een zachte overgang naar de flanken. De vleugels tonen een mix van grijs en wit, met duidelijke randen. De snavel is recht en zwart met een lichte wasachtige basis. De poten zijn donkergrijs met een enigszins schubbige textuur.

Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar met minder glans. De kop is iets lichter, met een minder uitgesproken kap. De nek en borst zijn grijs, met een subtiele overgang naar de witte buik. De vleugels zijn grijs met minder contrasterende randen. De snavel is slanker en iets lichter van kleur. De poten zijn donkergrijs, maar iets minder robuust. De iris is donkerbruin met een subtiele oogring.

Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer verenkleed met een meer uniforme grijsbruine tint. De kop is minder contrastrijk, zonder duidelijke kap. De nek en borst zijn lichtgrijs, met een vage overgang naar de buik. De vleugels zijn egaal grijs met nauwelijks zichtbare randen. De snavel is korter en lichter van kleur. De poten zijn lichtgrijs met een gladde textuur. De iris is donker met een nauwelijks zichtbare oogring.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, grijs dons. De snavel is klein en lichtgrijs van kleur.