Purperbandduifje

Paraclaravis geoffroyi

Log in om deze soort toe te voegen

De Purperbandduifje behoort tot het geslacht Paraclaravis uit de familie van duiven (Columbidae)

.

Deze zeldzame en ernstig bedreigde duif komt voor in het Atlantisch regenwoud van zuidoostelijk Brazilië, oostelijk Paraguay en het uiterste noordoosten van Argentinië, waar hij vooral te vinden is in bamboebossen. Zijn bestaan is nauw verbonden met de bloeicyclus van bepaalde bamboesoorten, aangezien hij nomadisch leeft en massaal de verschijnselen volgt waarbij deze bamboes massaal bloeien en zaad zetten. Het dieet bestaat voornamelijk uit bamboebloemen, zaden, vruchten zoals papaja en graszaad op open plekken, terwijl de kenmerkende, lichtreflecterende vleugelvlekken zichtbaar zijn tijdens de vlucht.

Purperbandduifje
Purple-winged Ground Dove
Purpurbindentäubchen
Colombe de Geoffroy

Taxonomische indeling

Bird Order
Duiven (Columbiformes)
Bird Family
Duiven (Columbidae)
Bird Genus
Paraclaravis

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.

Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Duiven

Voor het welzijn van duiven is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag.  De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.

  • Ruimte: per koppel wordt ongeveer 1,6–5 m² geadviseerd, afhankelijk van soort en grootte. Voor volières wordt ongeveer 3 m² en 1,8 m hoogte aangeraden.
  • Klimaat: zorg bij voorkeur voor beschutting tegen weer en wind. Tropische soorten hebben baat bij een vorstvrij verblijf (minimaal 15 °C).
  • Sociaal: duiven voelen zich prettiger in gezelschap; het is daarom aan te bevelen ze ten minste in paren te houden. Tijdens het broedseizoen helpt het om nestgelegenheid en nestmateriaal aan te bieden.
  • Volière/uitloop: zitstokken op verschillende hoogten en een wekelijkse badgelegenheid dragen bij aan het welzijn van de dieren.
  • Voeding: kies voor graan- en zadenmengsels afgestemd op de soort. Voor fruitduiven zijn fruit en bessen een goede basis. Zorg daarnaast altijd voor grit en vers drinkwater.
Huisvestingsrichtlijnen Duiven

Man:
Het mannetje is een middelgrote duif van circa 24-26 cm lengte. Het verenkleed is overwegend lichtgrijs tot zilvergrijs, met een zachte blauwachtige glans op kop, nek en borst. Op de vleugels bevinden zich meerdere smalle, zwarte dwarsbanden die contrasteren met de lichtere dekveren. De vleugelpennen zijn donkerder grijs tot zwartbruin, en de staart is middengrijs met een donkere eindband. De snavel is zwart, de poten zijn roodachtig en de iris is oranjerood tot karmijn, omlijst door een dunne, onopvallende oogring.

Vrouw:
Het vrouwtje is minder contrastrijk gekleurd dan het mannetje en heeft een bruinachtig tot olijfgrijs verenkleed met minder uitgesproken vleugelbandering. De borst is warmer bruinachtig getint en mist de blauwe zweem. Snavel, poten en iris zijn gelijk aan die van het mannetje, maar de kleuren tonen vaak iets valer.

Juveniel:
Juvenielen zijn nog matter van kleur en tonen een overwegend bruinachtig tot grijsbruin verenkleed zonder uitgesproken glans. De vleugelbanden zijn slechts zwak zichtbaar. De borst is uniform grijsbruin en de onderzijde lichter, maar zonder de zilvergrijze helderheid van volwassen vogels. De snavel is donkergrijs, de poten zijn doffer rood en de iris bruin tot roodbruin.

Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met zacht, donkerbruin dons aan de bovenzijde en lichter bruin tot crème aan de onderzijde. De snavel is kort en donkergrijs, de poten vleeskleurig en de iris donker. De karakteristieke vleugelbanden en zilvergrijze tinten ontwikkelen zich pas na het uitvliegen.