Vogel
Pyrenees sneeuwhoen
Pyrenees sneeuwhoen
Lagopus muta pyrenaica
Log in om deze soort toe te voegenDe Pyrenees sneeuwhoen (synoniem: Lagopus mutus pyrenaicus) behoort tot het geslacht Lagopus binnen de familie van Ruigpoothoenders (Phasianidae).
Deze vogel leeft in de centrale en oostelijke Pyrenee�n, meestal op hooggelegen berghellingen met rotsachtig terrein en alpine vegetatie. Hij voedt zich vooral met bladeren, knoppen en bessen en is via zijn schutkleur goed aangepast aan de seizoenswisselingen. Gedragsmatig verdedigt het mannetje zijn territorium met zangvluchten en vertoont het dier solitaire tot kleine groepsvormende leefwijzen buiten het broedseizoen.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Hoenderachtigen (Galliformes)
- Bird Family
- Fazantachtigen (Phasianidae)
- Bird Genus
- Lagopus
Ringmaat
Man 10.0 mm Vrouw 10.0 mmWelzijnsadviezen
Ruigpoothoenders
Ruigpoothoenders, waaronder korhoenders, hazelhoenders en sneeuwhoenders, zijn vogels uit koelere streken die zich goed aanpassen aan bosrijke of bergachtige gebieden. In de avicultuur vragen ze om rustige, ruime volières met natuurlijke begroeiing, schaduw en beschutting. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: ruime volière (30–50 m² per paar, ≥ 2,5 m hoog) met zand-, aarde- of grasbodem; afwisseling van open zones en beplanting (struiken, varens, coniferen) voor beschutting; droog nacht- of rusthok (3–5 m² per paar) bij slecht weer of kou.
- Klimaat: koudetolerant; jaarrond buiten te houden mits droog en tochtvrij; natte omstandigheden vermijden; in warme klimaten schaduw en ventilatie voorzien.
- Sociaal: leven in paren of kleine groepen; tijdens broedperiode territoriale hanen – aparte verblijven aanbevolen; rustige omgeving bevordert natuurlijk gedrag.
- Voeding: fazanten- of hoendervoer aangevuld met zaden, bessen, knoppen en bladgroen; in kweek extra insecten of meelwormen; grit en maagkiezel altijd beschikbaar; dagelijks vers water.
- Overig: regelmatig schoonmaken van verblijven om parasieten en schimmel te voorkomen; natuurlijke beplanting bevordert welzijn; harde geluiden en plotselinge verstoringen vermijden.
Wetgeving(en)
Europese soort (EG richtlijn)
Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.
De belangrijkste vereisten zijn:
- Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
- Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
- Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
- Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.
Man:
De man heeft een wit verenkleed in de winter met een lichte glans. In de zomer verandert het verenkleed naar bruin met zwarte vlekken. De kop en nek zijn donkerder dan de borst en buik. De vleugels behouden een lichtere tint met subtiele bandering. De snavel is kort en zwart, met een lichte kromming. De poten zijn bedekt met witte veren, die een wollige structuur hebben. De iris is donkerbruin, zonder opvallende oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een bruin verenkleed met een matte afwerking in de zomer. Haar veren zijn fijn gebandeerd met lichte en donkere tinten. De kop en nek zijn iets lichter dan de rest van het lichaam. In de winter is haar verenkleed wit, maar met een gelige tint. De snavel is kort en zwart, vergelijkbaar met die van de man. De poten zijn eveneens bedekt met witte veren. De iris is donkerbruin, zonder opvallende oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een bruin verenkleed met een mix van lichte en donkere vlekken. De kop en nek zijn iets lichter dan de rest van het lichaam. De vleugels vertonen een subtiele bandering met lichtere randen. De snavel is kort en zwart, met een lichte kromming. De poten zijn bedekt met een dichte laag witte veren. De iris is donkerbruin, zonder opvallende oogring. Het verenkleed verandert geleidelijk naar het volwassen patroon.
Kuiken:
Kuikens hebben een donzig geelbruin verenkleed met donkere vlekken. De snavel is klein en lichtgekleurd.