Vogel
Regenwulp
Regenwulp
Numenius phaeopus
Log in om deze soort toe te voegenDe Regenwulp behoort tot het geslacht Numenius uit de familie van Strandlopers en Snippen (Scolopacidae).
De whimbrel is een veelvoorkomende steltloper met een lange, gebogen snavel. Deze vogel broedt in subarctische en alpiene toendra's en taiga's en overwintert op modderige getijdenvlaktes in Noord- en Zuid-Amerika, Afrika, zuidelijk Azi� en Australi�. Het dieet bestaat uit kleine ongewervelden, krabben en andere mariene dieren die uit modder en zand worden gehaald. De whimbrel is bekend om zijn karakteristieke roep en zijn agressieve verdediging van het broedgebied.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Steltloperachtigen (Charadriiformes)
- Bird Family
- Strandlopers en snippen (Scolopacidae)
- Bird Genus
- Numenius
Ringmaat
Man 8.0 mm Vrouw 8.0 mmWelzijnsadviezen
Snippen, strandlopers, ruiters, wulpen, grutto's
De Scolopacidae vormen een diverse groep steltlopers die in de natuur leven langs kusten, oevers en moerassen. In de avicultuur vragen ze om ruime, rustige verblijven met ondiep water, zachte bodem en veel gelegenheid tot foerageren en rusten. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.
- Huisvesting: ruim buitenverblijf (50–80 m² per paar) met ondiep water (5–20 cm diep) en zachte modderige bodem; helft van het verblijf water, helft gras- of zandzones met lage vegetatie en open plekken; stenen of wortels als rustplaatsen; binnenverblijf ± 4 m² per paar bij kou of regen.
- Klimaat: goed koudetolerant; jaarrond buiten te houden met ijsvrij water en beschutting; tropische soorten vorstvrij bij >10 °C; goed geventileerd en beschut tegen wind en regen.
- Sociaal: leven in paren of kleine groepen; tijdens broedperiode territoriaal – ruime verblijven voorkomen conflicten; buiten broedtijd groepshuisvesting mogelijk bij voldoende ruimte.
- Voeding: insecten, wormen, larven, kreeftachtigen en watervogelpellets; levend voer (meelwormen, muggenlarven) stimuleert foerageergedrag; tijdens kweek extra dierlijk eiwit en vitaminen; altijd schoon zwem- en drinkwater.
- Overig: uitstekende waterkwaliteit en bodemhygiëne essentieel; zachte, goed gedraineerde bodem voorkomt pootproblemen; rustige, natuurlijke omgeving met terreinvariatie bevordert welzijn en broedsucces.
Wetgeving(en)
Europese soort (EG richtlijn)
Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.
De belangrijkste vereisten zijn:
- Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
- Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
- Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
- Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.
Man:
Het mannetje heeft een middelgroot, slank lichaam met een lange, naar beneden gebogen snavel die zwartbruin van kleur is en aan de basis lichter bruin. De kop is bruin gestreept met een duidelijke lichte middenstreep over de kruin en een lichte wenkbrauwstreep. De nek, borst en flanken zijn bruinwit met fijne donkere streping, terwijl de buik en onderstaartdekveren witachtig zijn. De bovenzijde is bruin met donkere vlekken en strepen. De poten zijn lang en grijsblauw. De iris is donkerbruin. In vlucht vallen de donkere vleugelpunten en de contrasterende lichte stuit op.
Vrouw:
Het vrouwtje lijkt sterk op het mannetje, maar is gemiddeld iets groter en heeft een langere snavel, wat het belangrijkste onderscheid is. Het verenkleedpatroon en de kleuren zijn verder identiek.
Juveniel:
Juveniele vogels lijken op de volwassen dieren, maar zijn over het algemeen warmer bruin van tint met minder contrasterende streping op de borst. De snavel is korter en rechter dan bij volwassen vogels. De poten zijn grijzer en de iris bruinachtig.
Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met geelbruin dons, met donkere vlekken en strepen op de rug en kop voor camouflage. De onderzijde is lichter, bijna wit. De snavel is kort en recht in dit stadium, grijsachtig van kleur. De poten zijn lichtgrijs en de iris is donker.