Reuzenibis

Pseudibis gigantea

Log in om deze soort toe te voegen

De Reuzenibis (Synoniem: Reuze ibis) behoort tot het geslacht Pseudibis uit de familie van Ibissen en Lepelaars (Threskiornithidae).

Deze indrukwekkende ibis is de grootste soort uit zijn familie en leeft voornamelijk in de moerassen en laaglanden van Noord-Cambodja, met enkele waarnemingen in Zuid-Laos en Vietnam. Ze foerageren in ondiep water op ongewervelden en kleine waterdieren, en vertonen vocale roepgedragingen vooral rond zonsopgang en -ondergang.

Reuzenibis
Giant ibis
Riesenibis
Ibis g�ant

Taxonomische indeling

Bird Order
Pelikanen, Reigerachtigen, Ibissen en Lepelaars (Pelecaniformes)
Bird Family
Ibissen en lepelaars (Threskiornithidae)
Bird Genus
Pseudibis

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Ibissen en lepelaars

In de avicultuur vraagt deze soort om een ruime volière met waterpartijen, veilige broedgelegenheden en een gevarieerd dieet.
De volgende punten kunnen als aanbevolen richtlijn worden gebruikt:

  • Huisvesting: ruime volière (ca. 20–30 m² per paar, ± 3 m hoog) met vijver of waterpartij en beplanting; nestplatforms of takkenbossen voor broed.
  • Klimaat: gematigde soorten buiten met beschutting; tropische soorten vorstvrij (ca. 10 °C of warmer).
  • Sociaal: groeps- of koloniehuisvesting aanbevolen; in broedseizoen voldoende ruimte en nestplekken om agressie te beperken.
  • Voeding: watervogelpellets aangevuld met vis, weekdieren, garnalen, insecten; eventueel plantaardig materiaal.
  • Water & hygiëne: altijd vers drink- en badwater; vijvers regelmatig verversen of doorstromen.

 

Huisvestingsrichtlijnen waterpartij voliere

Man:
Het mannetje heeft een overwegend donkerbruin tot kastanjebruin verenkleed, met een lichte groene of paarse glans op de vleugels en rug. De kop en nek zijn kaal en grijs tot blauwgrijs van kleur, passend bij de kenmerkende ibisstructuur. De snavel is lang, licht naar beneden gebogen en grijsachtig tot zwart. De poten zijn donkergrijs tot zwart en lang, geschikt voor waden in ondiep water. De iris is donkerbruin.

Vrouw:
Het vrouwtje lijkt sterk op het mannetje en vertoont hetzelfde donkerbruine verenkleed en kale kop. Ze is meestal iets kleiner en de snavel kan iets slanker zijn. De poten en iris zijn identiek aan die van het mannetje.

Juveniel:
Jonge vogels lijken op de volwassenen, maar het verenkleed is matter en bruiniger. De kale kop is minder uitgesproken grijs. De snavel is korter en donkergrijs, de poten grijzer en de iris bruinachtig.

Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met zacht, grijsbruin dons met lichtere vlekken op de bovenzijde voor camouflage. De onderzijde is lichter, bijna beige. De snavel is kort en grijs, de poten grijsgroen en de iris donkerbruin. Naarmate ze ouder worden, ontwikkelen snavel, poten en het volwassen donkerbruine verenkleed zich volledig en verschijnt de kenmerkende kale kop.