Reuzenzwartkopmeeuw

Larus ichthyaetus

Log in om deze soort toe te voegen

De Reuzenzwartkopmeeuw behoort tot het geslacht Larus binnen de familie van Meeuwen (Laridae).

Deze vogelsoort, ook bekend als de reuzenzwartkopmeeuw, is een grote meeuw die voornamelijk in wetlandgebieden zoals steppen en halfwoestijnen van Centraal-Azi� tot de Zwarte Zee voorkomt. Ze broeden op eilanden in meren en lagunes, beschut tegen predatoren. In de winter trekken ze naar het Midden-Oosten en Zuidwest-Azi�. Het zijn roofvogels die zich voeden met vis, schaaldieren, insecten en kleine zoogdieren. Hun kenmerkende zwarte kop tijdens de broedtijd is een opvallende eigenschap.

Reuzenzwartkopmeeuw
Pallas's Gull
Fischm�we
Go�land ichthya�te

Taxonomische indeling

Bird Order
Steltloperachtigen (Charadriiformes)
Bird Family
Meeuwen (Laridae)
Bird Genus
Larus

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Meeuwen

Meeuwen zijn intelligente en beweeglijke kustvogels die zich in de avicultuur goed aanpassen, mits ze beschikken over voldoende ruimte, water, luchtcirculatie en sociale prikkels. Ze zijn actief, sociaal en nieuwsgierig, waardoor een gevarieerde omgeving essentieel is voor hun welzijn. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: ruim buitenverblijf met waterpartij (80–100 m² per paar, 3–4 m hoog); zand-, grind- of grasbodem met open zones en schuilplekken; ondiep bassin met helder water; rust- en nestplaatsen op eilandjes of vlakke daken.
  • Klimaat: weerbestendig; jaarrond buiten te houden; bij kou droog, tochtvrij nachthok; bij hitte schaduw en beschutting tegen zon.
  • Sociaal: kolonievogels; houden in paren of kleine groepen; tijdens broedperiode territoriaal – voldoende ruimte en nestgelegenheid vereist.
  • Voeding: vis, garnalen, mosselen en watervogelpellets; aanvullen met insecten of kleine hoeveelheden vlees/eieren; in kweek extra dierlijk eiwit en kalk; altijd schoon drink- en badwater.
  • Overig: waterkwaliteit waarborgen door regelmatige verversing of doorstroming; geen scherpe of gladde oppervlakken; rustige, gevarieerde omgeving bevordert natuurlijk gedrag.
Huisvestingsrichtlijnen meeuwen

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

Europese soort (EG richtlijn)

Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.

De belangrijkste vereisten zijn:

  • Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
  • Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
  • Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
  • Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.

Man:
De man heeft een opvallend zwart-witte kop met een scherpe scheiding. De nek en borst zijn helderwit, wat contrasteert met de grijze rug. De vleugels zijn donkergrijs met witte randen, wat een scherp contrast geeft. De snavel is geel met een rode punt, opvallend tegen de lichte kop. De poten zijn geel en hebben een gladde textuur. De iris is lichtgeel met een dunne rode oogring.

Vrouw:
De vrouw heeft een iets minder contrastrijke kop dan de man, met een grijzere tint. De borst en buik zijn wit, maar de grijze rug is iets lichter. De vleugels hebben een subtiele witte zoom, minder uitgesproken dan bij de man. De snavel is geel met een subtiele rode punt. De poten zijn geel, maar iets doffer van kleur. De iris is lichtgeel met een minder opvallende rode oogring.

Juveniel:
Juvenielen hebben een bruinachtig verenkleed met een gevlekte kop en nek. De borst en buik zijn vuilwit met bruine vlekken. De vleugels zijn donkerbruin met lichtere randen, wat een versleten indruk geeft. De snavel is donker met een lichtere basis, zonder rode punt. De poten zijn grijsachtig met een ruwe textuur. De iris is donkerbruin zonder opvallende oogring.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een donzig, grijsbruin verenkleed met donkere vlekken. De snavel en poten zijn lichtgrijs en onopvallend.