Vogel
Ringsnavelmeeuw
Ringsnavelmeeuw
Larus delawarensis
Log in om deze soort toe te voegenDe Ringsnavelmeeuw behoort tot het geslacht Larus binnen de familie van Meeuwen (Laridae).
Deze meeuw komt voor langs de kusten en bij grote binnenwateren van Noord-Amerika. Hij leeft in diverse habitats zoals stranden, baaien en stadsgebieden nabij water. De vogel is sociaal en opportunistisch, voedt zich met vis, afval en kleine dieren, en zoekt voedsel vaak in groepen bij vissersboten of vuilnisbelten.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Steltloperachtigen (Charadriiformes)
- Bird Family
- Meeuwen (Laridae)
- Bird Genus
- Larus
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Meeuwen
Meeuwen zijn intelligente en beweeglijke kustvogels die zich in de avicultuur goed aanpassen, mits ze beschikken over voldoende ruimte, water, luchtcirculatie en sociale prikkels. Ze zijn actief, sociaal en nieuwsgierig, waardoor een gevarieerde omgeving essentieel is voor hun welzijn. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: ruim buitenverblijf met waterpartij (80–100 m² per paar, 3–4 m hoog); zand-, grind- of grasbodem met open zones en schuilplekken; ondiep bassin met helder water; rust- en nestplaatsen op eilandjes of vlakke daken.
- Klimaat: weerbestendig; jaarrond buiten te houden; bij kou droog, tochtvrij nachthok; bij hitte schaduw en beschutting tegen zon.
- Sociaal: kolonievogels; houden in paren of kleine groepen; tijdens broedperiode territoriaal – voldoende ruimte en nestgelegenheid vereist.
- Voeding: vis, garnalen, mosselen en watervogelpellets; aanvullen met insecten of kleine hoeveelheden vlees/eieren; in kweek extra dierlijk eiwit en kalk; altijd schoon drink- en badwater.
- Overig: waterkwaliteit waarborgen door regelmatige verversing of doorstroming; geen scherpe of gladde oppervlakken; rustige, gevarieerde omgeving bevordert natuurlijk gedrag.
Wetgeving(en)
Europese soort (EG richtlijn)
Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.
De belangrijkste vereisten zijn:
- Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
- Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
- Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
- Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.
Man:
De man heeft een helderwitte kop en nek met een subtiele grijze tint op de rug. De vleugels zijn lichtgrijs met zwarte uiteinden, die een scherpe contrast vormen met de witte vleugelranden. De borst en buik zijn egaal wit, zonder zichtbare markeringen. De snavel is geel met een kleine rode vlek aan de onderzijde van de punt. De poten zijn bleekgeel en hebben een gladde textuur. De ogen zijn donker met een smalle, onopvallende oogring.
Vrouw:
De vrouw lijkt sterk op de man, maar heeft vaak een iets doffere grijstint op de rug. De vleugeluiteinden zijn eveneens zwart, maar kunnen iets minder scherp afgetekend zijn. De borst en buik zijn wit, met soms een vage grijze schaduw. De snavel is geel met een rode vlek, maar kan iets minder helder zijn. De poten zijn lichtgeel en vertonen een vergelijkbare gladde structuur. De ogen zijn donker met een subtiele oogring die nauwelijks opvalt.
Juveniel:
Juvenielen hebben een overwegend bruin verenkleed met een gemarmerd patroon op de rug en vleugels. De kop en nek zijn lichter bruin met een vage streping, die naar de borst toe vervaagt. De vleugels hebben donkere uiteinden met een minder uitgesproken contrast dan bij volwassenen. De snavel is donkergrijs met een lichtere basis, zonder rode vlek. De poten zijn vleeskleurig en hebben een ruwe textuur. De ogen zijn donker zonder opvallende oogring.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, grijsbruin dons met donkere vlekken. De snavel en poten zijn lichtgrijs en nog niet volledig ontwikkeld.