Rode steenpatrijs

Alectoris rufa

Log in om deze soort toe te voegen

De Rode steenpatrijs (synoniem: Rode patrijs, Roodpootpatrijs) behoort tot het geslacht Alectoris binnen de familie van Hoenderachtigen (Phasianidae).

Deze vogel komt voor in Zuidwest-Europa, vooral in Frankrijk, Spanje, Portugal en Noord-Itali�, waar hij leeft in open, droge laaglanden zoals akkers, weilanden en stenige terreinen. Hij leeft in groepen, leeft vooral op de grond en rent snel bij gevaar. Zijn dieet bestaat voornamelijk uit zaden en insecten, vooral voor de jongen.

Rode steenpatrijs
Red-legged Partridge
Rothuhn
Perdrix rouge

Taxonomische indeling

Bird Order
Hoenderachtigen (Galliformes)
Bird Family
Fazantachtigen (Phasianidae)
Bird Genus
Alectoris

Ringmaat

Man 9.0 mm Vrouw 9.0 mm

Welzijnsadviezen

Hoenderachtigen

Hoenderachtigen omvatten een brede groep vogels zoals fazanten, pauwen, korhoenders, kwartels en patrijzen. Deze vogels worden in de avicultuur gehouden vanwege hun sierwaarde en gedragsrijkdom. Voor het welzijn van hoenderachtigen is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.

  • Huisvesting: ruime volière (15–25 m² per koppel, 2–2,5 m hoog) met gras, struiken of lage vegetatie; zitstokken of takken voorzien; droog, tochtvrij binnenverblijf bij kou of regen.
  • Klimaat: de meeste soorten winterhard; bescherming tegen regen, wind en vorst; tropische soorten vorstvrij bij >10 °C; schaduw nodig in de zomer.
  • Sociaal: houden volgens soortspecifieke structuur – kwartels/patrijzen in paren of groepen, fazanten in harems, pauwen in groepen met afstand tussen hanen; tijdens broedperiode apart huisvesten.
  • Voeding: volledig pluimvee- of fazantenvoer, aangevuld met zaden, granen, groenvoer, fruit en insecten; tijdens kweek extra dierlijk eiwit; altijd vers water en grit.
  • Overig: droge, goed gedraineerde bodem; visuele afscheiding tussen hanen; overbezetting vermijden om stress en verenpluk te voorkomen.
Huisvestingsrichtlijnen Hoenderachtigen

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

Europese soort (EG richtlijn)

Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.

De belangrijkste vereisten zijn:

  • Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
  • Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
  • Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
  • Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.

Man:
Het mannetje is een middelgrote patrijs van circa 32�34 cm lengte. De kop is grijs met een kastanjebruine kruin en een opvallende witte keel, scherp afgegrensd door een brede zwarte halsband die doorloopt langs de wangen en onder de oogstreek. De borst is lichtgrijs, de buik vuilwit tot beige. De flanken zijn opvallend getekend met brede kastanjebruine, zwarte en witte strepen. De rug en vleugels zijn bruin met kastanjebruine en grijze nuances; de staart is kort en kastanjebruin. De snavel is fel rood, de poten rood met een spoor, en de iris is roodachtig bruin.

Vrouw:
Het vrouwtje lijkt sterk op het mannetje en is nauwelijks in het veld te onderscheiden. Zij is gemiddeld iets kleiner, met een minder brede zwarte keelband. De kleuren zijn doorgaans wat valer. De snavel en poten zijn eveneens rood, maar vaak iets bleker, en de iris is bruinrood.

Juveniel:
Juvenielen zijn egaler zand- tot grijsbruin en missen de uitgesproken koptekening en keelband. De borst en buik zijn beige met kleine donkere stipjes, en de flanken hebben slechts een zwakke streping. De snavel is grijs tot hoornkleurig, de poten vleeskleurig tot bleek oranje en de iris donker. Met de eerste rui verschijnen de rode snavel en poten en het contrasterende kop- en flankpatroon.

Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met zacht geelbruin dons met donkere lengtestrepen over rug en kop, ideaal voor camouflage in gras- en struikrijke gebieden. De onderzijde is bleekgeel tot cr�me. De snavel is klein en donkergrijs, de poten vleeskleurig en de iris zwartbruin. Het volwassen patroon verschijnt pas na de eerste rui.

Bekijk ook:

  • Tijdschrift 214
  • Tijdschrift 192