Roetspecht

Leuconotopicus fumigatus

Log in om deze soort toe te voegen

De Roetspecht behoort tot het geslacht Leuconotopicus binnen de familie van Spechten (Picidae).

Deze specht komt voor van oostelijk Mexico tot noordwestelijk Argentini�, voornamelijk in bossen en bosrijke gebieden. Hij voedt zich met insecten die hij uit boomschors hakt en vertoont typisch spechtgedrag zoals het roffelen op hout. De soort is vrij schuw en leeft meestal solitair.

Roetspecht
Smoky-brown Woodpecker
Ru�specht
Pic enfum�

Taxonomische indeling

Bird Order
Spechtachtigen (Piciformes)
Bird Family
Spechten (Picidae)
Bird Genus
Leuconotopicus

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Spechten

Spechten zijn boombewonende insecteneters die een actief en territoriaal gedrag vertonen. In de avicultuur vragen ze om goed beplante volières met veel klimmogelijkheden, natuurlijke stammen en nestgelegenheid om hun natuurlijke gedrag uit te oefenen. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: ruime volière (10–15 m² per koppel, ≥ 2,5–3 m hoog) met meerdere boomstammen of dikke takken om in te kloppen en foerageren; zachte houtsoorten zoals wilg of populier geschikt; deels beschutte zones en droog, tochtvrij binnenverblijf bij kou of regen.
  • Klimaat: bestand tegen gematigde kou; tropische soorten vorstvrij bij >15 °C; goed geventileerd en droog verblijf voorkomt schimmelvorming.
  • Sociaal: leven in paren; territoriaal – niet in groepen houden; tijdens broedperiode gevoelig voor verstoring; rust noodzakelijk.
  • Voeding: insectenvoer of zachtvoer voor insecteneters; aanvullen met levende insecten (meelwormen, krekels, moriowormen) en boomlarven; af en toe noten, bessen en fruit; in kweek extra dierlijk eiwit; altijd vers drink- en badwater.
  • Overig: nestblokken of uitgeholde stammen (40–60 cm diep) noodzakelijk voor broedgedrag; regelmatig nieuwe takken aanbieden om klopgedrag te stimuleren; rustige, natuurlijke omgeving bevordert welzijn en broedsucces.
Huisvestingsrichtlijnen Spechten

Man:
De man heeft een overwegend donkergrijs verenkleed met een lichte glans. De kop is donkerder met een subtiele witte streep boven de ogen. De nek en borst zijn egaal grijs, zonder opvallende markeringen. De vleugels vertonen een lichte bandering met zwarte en witte tinten. De buik is iets lichter grijs, met een zachte overgang naar de flanken. De snavel is recht en zwart, met een lichte wasachtige basis. De poten zijn donkergrijs en hebben een robuuste structuur.

Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar met minder glans. De kop is iets lichter grijs, met een minder uitgesproken witte streep. De nek en borst zijn egaal, zonder duidelijke contrasten. De vleugels hebben een subtiele bandering, maar minder uitgesproken dan bij de man. De buik is lichtgrijs, met een zachte overgang naar de flanken. De snavel is iets korter en donkergrijs, met een lichte wasachtige basis. De poten zijn donkergrijs en slanker dan die van de man.

Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer verenkleed met een matte uitstraling. De kop is grijsbruin, zonder duidelijke strepen. De nek en borst zijn egaal grijsbruin, met een lichte vlekkerigheid. De vleugels vertonen een onregelmatige bandering met bruine en grijze tinten. De buik is lichtbruin, met een vage overgang naar de flanken. De snavel is kort en grijs, met een onopvallende wasachtige basis. De poten zijn lichtgrijs en minder robuust dan bij volwassenen.

Kuiken:
Kuikens hebben een pluizig, lichtgrijs verenkleed zonder duidelijke markeringen. De snavel is kort en lichtgrijs.