Roodborstspecht

Dryobates cathpharius

Log in om deze soort toe te voegen

De Roodborstspecht behoort tot het geslacht Dryobates binnen de familie van Spechten (Picidae).

Deze schitterende vogel, bekend als de roodborstspecht, leeft in uiteenlopende bossen en bosranden van de Himalaya en omringende gebieden, zoals noordoost-India, Bangladesh, Bhutan, China en Myanmar. Hij voedt zich voornamelijk met insecten en hun larven, die hij met zijn snavel uit boombast peutert, soms in kleine groepen of paarsgewijs. Zijn territoriumgedrag en opvallende roep vallen vooral in het voorjaar op, wanneer paren een gezamenlijke broedplaats uitkiezen in een dode boomstam.

Roodborstspecht
Scarlet-breasted Woodpecker
Scharlachbrustspecht
Pic � plastron rouge

Taxonomische indeling

Bird Order
Spechtachtigen (Piciformes)
Bird Family
Spechten (Picidae)
Bird Genus
Dryobates

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Spechten

Spechten zijn boombewonende insecteneters die een actief en territoriaal gedrag vertonen. In de avicultuur vragen ze om goed beplante volières met veel klimmogelijkheden, natuurlijke stammen en nestgelegenheid om hun natuurlijke gedrag uit te oefenen. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: ruime volière (10–15 m² per koppel, ≥ 2,5–3 m hoog) met meerdere boomstammen of dikke takken om in te kloppen en foerageren; zachte houtsoorten zoals wilg of populier geschikt; deels beschutte zones en droog, tochtvrij binnenverblijf bij kou of regen.
  • Klimaat: bestand tegen gematigde kou; tropische soorten vorstvrij bij >15 °C; goed geventileerd en droog verblijf voorkomt schimmelvorming.
  • Sociaal: leven in paren; territoriaal – niet in groepen houden; tijdens broedperiode gevoelig voor verstoring; rust noodzakelijk.
  • Voeding: insectenvoer of zachtvoer voor insecteneters; aanvullen met levende insecten (meelwormen, krekels, moriowormen) en boomlarven; af en toe noten, bessen en fruit; in kweek extra dierlijk eiwit; altijd vers drink- en badwater.
  • Overig: nestblokken of uitgeholde stammen (40–60 cm diep) noodzakelijk voor broedgedrag; regelmatig nieuwe takken aanbieden om klopgedrag te stimuleren; rustige, natuurlijke omgeving bevordert welzijn en broedsucces.
Huisvestingsrichtlijnen Spechten

Man:
De man heeft een opvallend rood petje op de kruin, dat sterk contrasteert met de zwarte kop. De nek is zwart met een subtiele witte streep die naar de schouders loopt. De rug is zwart met witte vlekken, die een gestreept patroon vormen. De vleugels zijn donker met lichte randen, wat een versleten indruk kan geven. De borst en buik zijn wit met een lichte grijze waas, zonder duidelijke aftekeningen. De snavel is recht en grijs, met een lichte glans. De poten zijn donkergrijs en hebben een robuuste structuur.

Vrouw:
De vrouw mist het rode petje en heeft een volledig zwarte kruin. De kop en nek zijn verder gelijk aan die van de man, met dezelfde witte streep. De rug en vleugels vertonen hetzelfde patroon van zwarte en witte vlekken. De borst en buik zijn iets donkerder dan bij de man, met een grijze tint. De snavel is iets korter en heeft een matte afwerking. De poten zijn eveneens donkergrijs, maar iets slanker van vorm. De iris is donkerbruin, omringd door een subtiele lichte oogring.

Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer verenkleed met een bruinige tint op de kop en nek. De rug en vleugels zijn minder contrastrijk, met vage witte vlekken. De borst en buik zijn grijsachtig wit, met een onregelmatige vlekkenpatroon. De snavel is korter en lichter van kleur, met een matte textuur. De poten zijn lichtgrijs en minder robuust dan bij volwassen vogels. De iris is donker, zonder duidelijke oogring. De algehele indruk is minder scherp en meer diffuus.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne, grijze donslaag. De snavel is kort en lichtgekleurd.