Vogel
Roodbruine neushoornvogel
Roodbruine neushoornvogel
Buceros hydrocorax hydrocorax
Log in om deze soort toe te voegenDe Roodbruine neushoornvogel behoort tot het geslacht Buceros binnen de familie van Neushoornvogels (Bucerotidae).
Deze grote vogel komt voor in de Filipijnen, _�__ leeft hij vooral in primaire en secundaire bossen. Hij jaagt weinig, voedt zich voornamelijk met vruchten en leeft in kleine groepen. Zijn luide roep is over grote afstanden hoorbaar, wat kenmerkend is voor zijn gedrag in de natuur.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Neushoornvogels (Bucerotiformes)
- Bird Family
- Neushoornvogels (Bucerotidae)
- Bird Genus
- Buceros
Ringmaat
Man 16.0 mm Vrouw 16.0 mmWelzijnsadviezen
Neushoornvogels
Neushoornvogels zijn middelgrote tot grote tropische bosvogels, herkenbaar aan hun grote snavel met hoornachtige “casque”. Ze leven paarsgewijs of in kleine groepen en hebben in de avicultuur behoefte aan ruime, goed beplante volières met nestgelegenheid, schaduw en een warm, vochtig klimaat. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: ruime volière (20–30 m² per koppel, 3–4 m hoog) met hoge zitstokken, dichte beplanting en open vliegzones; droog, tochtvrij binnenverblijf aanwezig; nestkast of boomstam met diepe broedholte (50–80 cm) en smalle opening geschikt voor dichtmetselen.
- Klimaat: tropisch; temperatuur boven 22 °C, luchtvochtigheid 60–80%; verwarmd binnenverblijf vereist in koude klimaten; goed geventileerd maar zonder tocht.
- Sociaal: leven in paren of familiegroepen; tijdens broedperiode territoriaal – aparte verblijven aanbevolen; voorzichtigheid bij gemengde huisvesting vanwege mogelijke agressie.
- Voeding: zachtvoer voor fruiteters met vers fruit (banaan, papaja, peer, druiven); aanvullen met insecten, kleine knaagdieren of eieren; in kweek extra dierlijk eiwit; geen citrus of gefermenteerd voer; altijd vers drink- en badwater.
- Overig: nestkasten regelmatig reinigen; beschutting tegen zon en regen; rustige omgeving bevordert natuurlijk gedrag en broedsucces.
Wetgeving(en)
EU verordening bijlage B (CITES appendix II)
Deze vogel valt onder bijlage B en wordt niet als direct bedreigd beschouwd, maar staat wel onder bescherming om te voorkomen dat handel de populaties schaadt. In de avicultuur is het toegestaan deze soort te houden en te kweken, mits de legale herkomst duidelijk kan worden aangetoond. Bij overdracht of verkoop moet altijd een overdrachtsverklaring of registratie aanwezig zijn. Hierdoor kan bij controles worden bewezen dat de vogel afkomstig is uit legale kweek en niet uit de natuur is onttrokken.
De belangrijkste vereisten zijn:
- Mag in avicultuur worden gehouden en gekweekt.
- Handel en overdracht alleen toegestaan met overdrachtsverklaring of registratie.
- Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
- Legale herkomst moet altijd aantoonbaar zijn.
- Minder streng dan bijlage A, maar wel documentatieplicht.
Man:
De man heeft een kastanjebruin verenkleed met een lichte glans op de vleugels. De kop en nek zijn donkerder, bijna mahonie, met een subtiele overgang naar de borst. De buik is iets lichter, met een matte afwerking. De snavel is groot en gebogen, met een opvallende rode kleur en een gele basis. De iris is helder geel, omringd door een dunne, donkere oogring. De poten zijn grijs met een ruwe textuur, wat contrasteert met het gladde verenkleed.
Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar met minder glans. De kop en nek zijn iets lichter, met een meer uniforme kastanjebruine tint. De borst en buik zijn egaal van kleur, zonder duidelijke contrasten. De snavel is iets kleiner en minder fel van kleur, met een meer oranje tint. De iris is donkerder, met een subtiele grijze oogring. De poten zijn eveneens grijs, maar met een fijnere structuur.
Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer verenkleed, met een meer uniforme bruine kleur over het hele lichaam. De kop en nek zijn minder uitgesproken, met een vage overgang naar de borst. De buik is lichtbruin, zonder glans, en de vleugels zijn iets donkerder. De snavel is kleiner en minder gebogen, met een bleke, bijna gelige kleur. De iris is grijs, met een nauwelijks zichtbare oogring. De poten zijn lichtgrijs, met een gladde textuur.
Kuiken:
Kuikens hebben een pluizig, lichtbruin verenkleed zonder glans. De snavel is kort en bleekgeel van kleur.