Vogel
Roodhalsgans
Roodhalsgans
Branta ruficollis
Log in om deze soort toe te voegenDe Roodhalsgans behoort tot het geslacht Branta uit de familie van eenden, ganzen en zwanen (Anatidae).
Deze kleine, opvallend gekleurde gans broedt in de toendra en bos-toendra van het noordelijke Siberië, vooral op de Taymyr, Gyda en Jamal schiereilanden. In de winter migreren ze naar de kustgebieden rond de Zwarte Zee in Bulgarije, Roemenië en Oekraïne. Ze verblijven vaak in natte gebieden bij rivieren en meren, en leven in groepen waarbij ze rusten in het water om predatie te vermijden. Hun dieet bestaat voornamelijk uit gras en zaden.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Eendachtigen (Anseriformes)
- Bird Family
- Eenden, ganzen en zwanen (Anatidae)
- Bird Genus
- Branta
Ringmaat
Man 12.0 mm Vrouw 12.0 mmWetgeving(en)
EU verordening bijlage X
Deze vogelsoort valt onder de bepalingen van bijlage X, waarin aanvullende regels zijn vastgelegd rondom invoer, gezondheid en welzijn. Bij binnenkomst in de Europese Unie moeten vogels voldoen aan strikte veterinaire eisen, inclusief verplichte quarantaine en gezondheidsverklaringen om verspreiding van ziekten te voorkomen. Voor de avicultuur betekent dit dat alleen vogels die aan deze voorwaarden voldoen, gehouden mogen worden. Daarnaast gelden er extra eisen ten aanzien van huisvesting en verzorging, zodat het welzijn van de vogels gewaarborgd blijft.
De belangrijkste vereisten zijn:
- Betreft soorten met invoer- en houderijvoorwaarden.
- Verplichte controles op gezondheid en welzijn bij invoer.
- Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
- Quarantaine en veterinaire keuring vaak vereist.
- Alleen toegestaan wanneer aan alle welzijns- en gezondheidsregels wordt voldaan.
Man:
Het mannetje is een kleine, zeer contrastrijk gekleurde gans. De kop is zwart met grote witte vlekken achter het oog en rond de snavelbasis. De keel, wangen en borst zijn diep kastanjebruin tot roodbruin, scherp afgegrensd door zwarte en witte banden. De buik is wit, de rug en bovenvleugels zwart, en de flanken zwart met brede witte strepen. De staart is zwart. De snavel is kort en zwart, de poten zijn zwart en de iris donkerbruin.
Vrouw:
Het vrouwtje is vrijwel identiek aan het mannetje, maar gemiddeld iets kleiner en met minder intens roodbruine tinten op de borst. De contrasterende banden zijn vaak iets smaller. De snavel, poten en iris zijn gelijk aan die van het mannetje.
Juveniel:
Juvenielen zijn doffer en grijzer van kleur. Het kastanjebruin op borst en keel is minder intens en soms vervangen door bruinachtig. De witte vlekken op de kop zijn kleiner en minder scherp afgetekend. De snavel is grijzer, de poten vleeskleurig tot donkergrijs en de iris donker.
Kuiken:
De kuikens zijn donkerbruin donsachtig aan de bovenzijde en geelachtig tot vuilwit aan de onderzijde. Ze hebben een donkere kruinstreep en rugstrepen, met lichtere wangen en een lichte keelvlek. De snavel is klein en grijs, de poten vleeskleurig en de iris donker.