Vogel
Roodkeelduiker
Roodkeelduiker
Gavia stellata
Log in om deze soort toe te voegenDe Roodkeelduiker behoort tot het geslacht Gavia binnen de familie van Duikers (Gaviidae).
De roodkeelduiker is de kleinste van de Nederlandse duikers en komt voor als doortrekker en wintergast langs de kustwateren van de Noordzee, maar ook soms in het binnenland. Hij broedt in het noorden van Eurazi� en Noord-Amerika, vooral langs kleine meren in de toendra en taigagordel. In de winter leeft hij voornamelijk op zee, waar hij zich voedt met vissen, kreeftachtigen en andere waterdieren. Deze vogel is een behendige duiker en zwemt diep in het water. Hij is kenmerkend door zijn slanke, licht opgewipte snavel en zijn karakteristieke roep in het broedseizoen.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Duikers (Gaviiformes)
- Bird Family
- Duikers (Gaviidae)
- Bird Genus
- Gavia
Ringmaat
Man 18.0 mm Vrouw 18.0 mmWelzijnsadviezen
Duikers
Duikers zijn middelgrote tot grote watervogels die uitstekend kunnen duiken en jagen onder water. Ze leven in koude tot gematigde klimaten en stellen in de avicultuur hoge eisen aan waterkwaliteit, ruimte en rust. De volgende welzijnsrichtlijnen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: zeer ruim buitenverblijf met grote waterpartij (≥ 100 m² per paar, 2–3 m diep); helder, eventueel stromend water; zacht aflopende oever met gras en vegetatie.
- Klimaat: goed koudetolerant; buiten overwinteren op ijsvrij water; tropische soorten vorstvrij houden; schaduw en beschutting tegen hitte en tocht.
- Sociaal: leven meestal in paren; buiten broedseizoen eventueel kleine groepen mits voldoende ruimte; territoriale soorten apart houden.
- Voeding: vis (levend of diepgevroren), aangevuld met mosselen, garnalen, insectenlarven of watervogelpellets; tijdens kweek extra dierlijk eiwit en calcium; altijd schoon zwem- en drinkwater.
- Overig: helling of platform om veilig uit het water te komen; uitstekende waterkwaliteit door filtering of verversing; rustige, stressarme omgeving.
Wetgeving(en)
Europese soort (EG richtlijn)
Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.
De belangrijkste vereisten zijn:
- Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
- Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
- Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
- Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.
Man:
De man heeft een opvallend grijze kop met een subtiele zilverachtige glans. De nek is kastanjebruin met een lichte streepjespatroon, die naar de borst toe vervaagt. De rug en vleugels zijn donkergrijs met een fijn wit gespikkeld patroon. De buik is helderwit, wat een sterk contrast vormt met de donkere rug. De snavel is recht en zwart, met een lichte kromming aan de punt. De poten zijn donkergrijs met een lichtgroene tint. De ogen zijn roodbruin met een dunne, donkere oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar met minder uitgesproken kleuren. De kop is grijs met een matte afwerking, zonder de zilverachtige glans. De nek is lichtbruin met een subtiele streepjespatroon, minder contrasterend dan bij de man. De rug en vleugels zijn donkergrijs met een minder opvallend gespikkeld patroon. De buik is wit, maar iets minder helder dan bij de man. De snavel is zwart en iets korter dan die van de man. De poten zijn donkergrijs met een lichte groene tint.
Juveniel:
Juvenielen hebben een overwegend grijsbruin verenkleed met een matte afwerking. De kop en nek zijn lichtgrijs met een vage streepjespatroon. De rug en vleugels zijn donkergrijs met een onopvallend gespikkeld patroon. De buik is vuilwit, zonder het heldere contrast van volwassen vogels. De snavel is korter en lichter van kleur, vaak grijs met een zwarte punt. De poten zijn grijs met een lichtgroene tint. De ogen zijn donkerbruin met een onopvallende oogring.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, grijs dons dat een uniforme kleur heeft. De snavel is kort en lichtgrijs.