Roodkopbospatrijs

Haematortyx sanguiniceps

Log in om deze soort toe te voegen

De Roodkopbospatrijs behoort tot het geslacht Haematortyx binnen de familie van Hoenderachtigen (Phasianidae).

Deze prachtdier is inheems op Borneo en bewoont voornamelijk de lage montane bossen in het noorden en midden van het eiland. Het leeft typisch op hoogtes van 1.000 tot 1.700 meter, maar kan ook gevonden worden op veel lagere en hogere hoogtes. De vogel voedt zich vooral met bessen, insecten en kleine krabben. Zijn nesten worden gebouwd in grassen of lichen en de eieren worden vanaf half januari gelegd. Qua verspreiding en populatie is de soort momenteel niet ernstig bedreigd, hoewel de populatie in lichte daling is.

Roodkopbospatrijs
Crimson-headed Partridge
Rotkopfwachtel
Rouloul sanglant

Taxonomische indeling

Bird Order
Hoenderachtigen (Galliformes)
Bird Family
Fazantachtigen (Phasianidae)
Bird Genus
Haematortyx

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.

Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Hoenderachtigen

Hoenderachtigen omvatten een brede groep vogels zoals fazanten, pauwen, hokko’s en ruigpoothoenders. Deze vogels worden in de avicultuur gehouden vanwege hun sierwaarde en gedragsrijkdom. Ze vragen om ruime, veilige en goed ingerichte verblijven met aandacht voor beschutting en afzondering, sociaal gedrag en een natuurlijke bodembedekking. De volgende hoofdpunten worden door Aviornis als welzijnsadviezen aanbevolen.

  • Huisvesting: ruime volière (4–18 m² per paar, minimaal 1,80m hoog) voorzien van struiken / bomen / lage vegetatie en/of andere elementen om zich achter terug te trekken.
  • Klimaat: de meeste soorten zijn winterhard, maar moeten beschikken over een droge en tochtvrije omgeving. Niet winterharde soorten moeten beschikken over een vorstvrij binnenverblijf.
  • Sociaal: houden volgens soort specifieke structuur.
  • Voeding: Fazantenvoer of volledig pluimveevoer, aangevuld met zaden, granen, groenvoer, fruit/bessen en insecten; altijd vers drinkwater en grit.
  • Overig: een droge, goed doorlatende bodem; geschikte bodembedekking; visuele afscheiding tussen koppels; overbezetting vermijden om stress en verenpluk te voorkomen.
Huisvestingsrichtlijnen Hoenderachtigen

Man:
Het mannetje is een middelgrote patrijsachtige van circa 25-28 cm lengte. Het verenkleed is overwegend kastanjebruin tot donkerroodachtig. De kop en voorhals zijn fel karmijnrood, een opvallend kenmerk van de soort. De rug en vleugels zijn kastanjebruin met zwarte en lichtere bandering, terwijl de borst en buik donkerder kastanjebruin zijn met een subtiele schubtekening. De flanken tonen fijne zwarte vlekjes of lijntjes. De staart is kort en afgerond, bruin met donkere bandjes. De snavel is zwart, de poten zijn oranjerood en voorzien van kleine sporen, en de iris is donkerbruin.

Vrouw:
Het vrouwtje is kleiner en minder fel van kleur. De kop en voorhals zijn meer roodbruin dan helder karmijnrood, en de borst en buik zijn lichter kastanjebruin. De rug is matter bruin met een fijn patroon van lichtere vlekken. De snavel en poten zijn identiek van kleur aan die van het mannetje, maar de poten missen meestal de sporen. De iris is bruin.

Juveniel:
Juvenielen zijn overwegend bruin met een egaler, matter verenkleed en missen de rode koptekening. De borst en buik zijn lichtbruin tot beige met subtiele stipjes. De rug is zandbruin met lichtere veerranden, waardoor een geschubde indruk ontstaat. De snavel is donkergrijs, de poten vleeskleurig en de iris zeer donker. Bij jonge mannetjes verschijnt het karmijnrode kop- en keelpatroon pas na de eerste rui.

Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met zacht geelbruin dons met donkere lengtestrepen over rug en kop, een uitstekend camouflagepatroon in hun bosrijke leefgebied. De onderzijde is bleekgeel tot crème. De snavel is klein en donkergrijs, de poten vleeskleurig en de iris zwartbruin. Het kenmerkende rode koptekening ontwikkelt zich pas later in de jeugdfase.