Vogel
Roodkopkroonparelhoen
Roodkopkroonparelhoen
Guttera pucherani
Log in om deze soort toe te voegenDe Roodkopkroonparelhoen (synoniem: Pucherani kroeskopparelhoen of Keniaanse Kroonparelhoen) behoort tot het geslacht Guttera binnen de familie van Parelhoenders (Numididae).
Deze vogelsoort komt voor in open bossen, bosranden en bos-savanne mozaïeken in delen van Oost- en Zuidelijk Afrika. Hij leeft voornamelijk in dichte struiken en bosrijke gebieden waar hij op de grond zoekt naar zaden, vruchten en kleine ongewervelden. Dit sociale dier is vaak in groepjes te vinden en zoekt soms voedsel in gezelschap van andere diersoorten.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Hoenderachtigen (Galliformes)
- Bird Family
- Parelhoenders (Numididae)
- Bird Genus
- Guttera
Ringmaat
Man 14.0 mm Vrouw 14.0 mmWelzijnsadviezen
Parelhoenders
Parelhoenders zijn sociale, grondbewonende vogels afkomstig uit Afrika. Ze worden in de avicultuur vaak gehouden om hun decoratieve waarde en levendige gedrag. Ze vragen om ruime, veilige buitenverblijven met schuilmogelijkheden en een droge, stevige bodem. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: ruim buitenverblijf (aanbevolen: ca. 10–15 m² per groep van 4–5 vogels, 2 m hoog); gras-, zand- of aardebodem met beschutte plekken en struiken; nachtstal met zitstokken.
- Klimaat: goed koudetolerant; bij vorst droog, tochtvrij binnenverblijf boven ca. 5 °C; voldoende ventilatie zonder tocht.
- Sociaal: groepsdieren; houden in groepen van minstens 4–6 vogels; tijdens broedseizoen voldoende ruimte om hanenconflicten te vermijden.
- Voeding: volledig pluimvee- of fazantenvoer, aangevuld met granen en groenvoer; in kweek extra dierlijk eiwit (insecten, meelwormen); altijd vers water en grit.
- Overig: droge, goed gedraineerde bodem voorkomt pootproblemen; geen ingrepen zoals snavel- of vleugelverkorting; lage afrastering of afdekking bij vliegende rassen.
Man:
De man heeft een glanzend zwart verenkleed met een blauwe gloed op de nek en borst. De vleugels zijn donker met subtiele witte stippen, die een contrasterend patroon vormen. De kop is kaal en blauwgrijs, met een opvallende rode oogring. De snavel is kort en zwart, met een stevige structuur. De poten zijn donkergrijs en hebben een robuuste uitstraling. De staartveren zijn lang en hebben een lichte, iriserende glans.
Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar met minder glans op de borst. De vleugels vertonen een meer uitgesproken patroon van witte stippen. De kop is eveneens kaal, maar de blauwe tint is iets doffer. De rode oogring is minder fel dan bij de man. De snavel is iets slanker en heeft een grijze tint. De poten zijn donkergrijs, maar iets fijner van structuur.
Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer verenkleed met een bruine tint op de nek en borst. De vleugels zijn minder contrastrijk, met vage witte stippen. De kop is bedekt met fijne, bruine veren en heeft geen kale plekken. De snavel is lichtgrijs en nog niet volledig ontwikkeld. De poten zijn lichter van kleur en hebben een gladde textuur. De oogring is grijs en minder opvallend.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met zachte, bruine donsveren en hebben een lichte buik. De snavel is klein en geelachtig.