Roodmaskeraalscholver

Urile urile

Log in om deze soort toe te voegen

De Roodmaskeraalscholver behoort tot het geslacht Urile binnen de familie van Aalscholvers (Phalacrocoracidae).

De roodmaskeraalscholver is een forse zeevogel die broedt langs rotskusten en op eilanden in het noordelijk deel van de Stille Oceaan, van Alaska en Kamtsjatka tot Japan. Hij leeft vaak in kolonies, samen met andere aalscholversoorten, en maakt zijn nest op moeilijk bereikbare kliffen. Het dieet bestaat vooral uit bodemvissen, zoals grondels. De soort is weinig schuw en kan zich ondanks predatie door otters, arenden en meeuwen goed handhaven in zijn ruige leefgebied.

Roodmaskeraalscholver
Red-faced Cormorant
Rotgesichtscharbe
Cormoran � face rouge

Taxonomische indeling

Bird Order
Slangenhalsvogels, Fregatvogels, Aalscholvers en Janvangenten (Suliformes)
Bird Family
Aalscholvers (Phalacrocoracidae)
Bird Genus
Urile

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Aalscholvers

Aalscholvers zijn visetende watervogels die veel tijd doorbrengen in en rond het water. In de avicultuur vragen zij om ruime waterpartijen, zitplaatsen om te drogen, en beschutte plekken om te rusten en broeden. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: ruim buitenverblijf (40–60 m² per paar) met ≥ 50% wateroppervlak; waterdiepte 2–3 m; droog eiland of rotsen voor rust en drogen van veren.
  • Klimaat: gematigde soorten buiten bij ijsvrij water; tropische soorten vorstvrij bij > 10 °C; goede ventilatie zonder tocht.
  • Sociaal: kolonievogels; groepshuisvesting mogelijk bij voldoende ruimte; tijdens broedseizoen extra ruimte of visuele afscheiding tussen paren.
  • Voeding: verse of diepgevroren vis (haring, sprot, spiering, forel, sardine); aanvulling met vitaminen en mineralen; altijd vers drinkwater.
  • Overig: schoon, doorstroomd water; stevige zitplaatsen of rotsen op verschillende hoogten; rustige omgeving bevordert welzijn en broedsucces.
Huisvestingsrichtlijnen waterpartij diep

Man:
De man heeft een glanzend zwart verenkleed met een groene metaalachtige glans op de kop. De nek en borst zijn diepzwart, contrasterend met de iets lichtere buik. Vleugels tonen een subtiele paarse glans, vooral bij zonlicht. De snavel is recht en zwart, met een lichte kromming aan de punt. Poten zijn donkergrijs met een licht ruwe textuur. De iris is donkerbruin, omgeven door een dunne, zwarte oogring.

Vrouw:
De vrouw heeft een doffer zwart verenkleed met een bruine tint op de kop en nek. De borst en buik zijn donkergrijs, met een lichte, vage bandering. Vleugels zijn matzwart zonder de glans die bij de man te zien is. De snavel is korter en donkergrijs, met een rechte vorm. Poten zijn grijs met een gladde structuur. De iris is lichtbruin, met een onopvallende grijze oogring.

Juveniel:
Juvenielen hebben een bruin verenkleed met lichtere randen aan de veren, wat een versleten uiterlijk geeft. De kop en nek zijn donkerbruin, met een vage, lichtere streep over de ogen. De borst en buik zijn lichtbruin met een onregelmatige vlekkenpatroon. Vleugels zijn donkerbruin, zonder glans, met lichtere uiteinden. De snavel is kort en geelachtig, met een donkere punt. Poten zijn lichtgrijs, met een zachte textuur. De iris is grijsbruin, zonder opvallende oogring.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, grijs dons dat een lichtbruine tint heeft. De snavel is kort en geelachtig.