Vogel
Rosse stekelstaarteend
Rosse stekelstaarteend
Oxyura jamaicensis jamaicensis
Log in om deze soort toe te voegenDe Rosse stekelstaarteend (Synoniem: Ruddy duck / Noord-Amerikaanse stekelstaart ) behoort tot het geslacht Oxyura binnen de familie van eenden, ganzen en zwanen (Anatidae).
Deze kleine, stijve staartduiken zijn wijdverspreid in Noord- en Zuid-Amerika en worden ook gevonden in het Verenigd Koninkrijk en andere delen van Europa. Ze broeden in voedselrijke, vegetatierijke zoetwatergebieden zoals potholes, meren en vijvers, en overwinteren in ondiepe kustgebieden en brakke wateren. Hun voedsel bestaat uit planten en dierlijk materiaal zoals insecten en schaaldieren, die ze opgraven door water te filteren ten behoeve van hun voeding. Ze zijn nachtelijke migranten en houden zich vaak stil, maar tijdens het hofmaken maken ze geluid door hun snavel tegen hun borst te tikken.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Eendachtigen (Anseriformes)
- Bird Family
- Eenden, ganzen en zwanen (Anatidae)
- Bird Genus
- Oxyura
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Watervogels
Watervogels omvat een grote verscheidenheid aan watervogels, van kleine talingen tot grote zwanen. In de avicultuur vragen zij om ruime verblijven met water, graszones en beschutting. Ze bewonen uiteenlopende waterrijke gebieden en zijn uitstekend aangepast aan een leven op en rond het water. In de avicultuur vragen ze om ruime verblijven met voldoende zwemwater, zachte oevers en mogelijkheden om te grazen of foerageren. De inrichting en grootte van het verblijf hangen sterk af van de lichaamsgrootte en het gedrag van de soort. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.
- Huisvesting: buitenverblijf met vijver en landgedeelte ca. 4–6 m² per klein paar (bijv. talingen) tot 15-20m² per groot paar (bijv. zwanen of grote ganzen); ondiepe en diepe zones; zachte oevers; binnenverblijf ± 2 m² per klein paar tot 6–10 m² per groot paar, droog en tochtvrij.
- Klimaat: gematigd tot tropisch afhankelijk van soort; tropische soorten bij < 15 °C naar verwarmd binnenhok; schaduw en drainage belangrijk.
- Sociaal: groepsdieren; te houden in kolonie of kleine groep; territoriaal tijdens broedperiode – voldoende ruimte voorkomt conflicten.
- Voeding: watervogelvoer, granen, groenvoer en insecten afhankelijk van soort; dagelijks vers water beschikbaar voor foerageren en poetsen.
- Overig: waterkwaliteit handhaven via doorstroming of verversing; nestgelegenheid in beschutte zones; rustige ligging en hygiëne essentieel voor welzijn.
Man:
Het mannetje heeft in broedkleed een kastanjebruin lichaam, een zwarte kruin en nek, en een helder witte wang. Het meest opvallende kenmerk is de felblauwe snavel. De staart is stijf en vaak rechtop gehouden. Buiten de broedtijd is het mannetje doffer bruin met een donkere wangvlek, maar behoudt de stevige, brede snavelvorm. De poten zijn grijs en de iris donkerbruin.
Vrouw:
Het vrouwtje is overwegend bruin met een lichte, vuilwitte wang die wordt doorkruist door een donkere horizontale streep. Haar verenkleed is veel subtieler en minder contrastrijk dan dat van het mannetje. De snavel is grijs, de poten zijn grijs en de iris donkerbruin.
Juveniel:
Juvenielen lijken sterk op vrouwtjes, maar zijn egaler bruin en doffer van toon. De wangstreep is vaak vaag of ontbreekt. De snavel is klein en grijs, de poten vleeskleurig tot grijs en de iris donker. Jonge mannetjes ontwikkelen later het witte wangvlak en de blauwe snavel.
Kuiken:
De kuikens zijn donkerbruin donsachtig aan de bovenzijde en vuilwit tot geelachtig aan de onderzijde. Ze hebben een donkere kopkap en rugstrepen met lichte wangen en een lichte kinvlek. De snavel is klein en grijs, de poten vleeskleurig en de iris donker.