Vogel
Rougets ral
Rougets ral
Rougetius rougetii
Log in om deze soort toe te voegenDe Rougets ral behoort tot het geslacht Rougetius binnen de familie van Rallen, koeten (Rallidae).
Deze ral leeft in moerassige bergweiden tussen 2000 en 4100 meter hoogte in Eritrea en Ethiopi�. Hij prefereert dicht riet en moerasplanten als habitat. De soort is meestal solitair en monogaam, broedt van maart tot oktober en voedt zich met insecten en wormen. Door habitatverlies neemt de populatie af.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Kraanvogelachtigen (Gruiformes)
- Bird Family
- Rallen, hoentjes en koeten (Rallidae)
- Bird Genus
- Rougetius
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Rallen en koeten
Rallen en koeten zijn overwegend moerasvogels die leven in waterrijke gebieden met dichte oeverbegroeiing. In de avicultuur vragen ze om rustige, goed beplante verblijven met voldoende water, dekking en mogelijkheden tot natuurlijk foerageer- en nestgedrag. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: buitenverblijf met open water (30–50 m² per paar, 0,5–1,5 m diep) en dichte oeverbegroeiing (riet, lisdodde, grassen); landgedeelte ± 10–15 m² per paar; drijvende of half drijvende platforms als rust- of nestplaatsen.
- Klimaat: goed koudetolerant; buiten overwinteren op ijsvrij water; tropische soorten vorstvrij verblijf met water (>10 °C); beschutting tegen wind en regen aanbevolen.
- Sociaal: houden in paren of kleine groepen; tijdens broedperiode territoriaal – visuele afscheiding of aparte verblijven wenselijk; rustige omgeving voorkomt stress.
- Voeding: watervogelpellets of omnivoor watervogelvoer; aanvullen met insecten, wormen, zaden en waterplanten; in kweek extra dierlijk eiwit (meelwormen, garnalen); altijd schoon zwem- en drinkwater.
- Overig: uitstekende waterkwaliteit door filtratie of doorstroming; dichte begroeiing en schuilplekken essentieel; scherpe randen en drijfafval vermijden.
Man:
De man heeft een overwegend kastanjebruin verenkleed met een lichte glans op de vleugels. De kop en nek zijn donkerder, bijna mahonie, met een subtiele overgang naar de borst. De buik is iets lichter, met een matte afwerking. De vleugeldekveren vertonen een lichte rand, wat een versleten uiterlijk kan geven. De snavel is zwart en licht gebogen, zonder zichtbare was. De poten zijn donkergrijs met een gladde structuur. De iris is donkerbruin, omringd door een dunne, onopvallende oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een doffer bruin verenkleed met minder glans dan de man. De kop en nek zijn gelijkmatig bruin, zonder de mahonietint van de man. De borst en buik zijn uniform van kleur, met een iets lichtere tint dan de rest van het lichaam. De vleugels hebben een subtiele bandering, die bijdraagt aan een zacht contrast. De snavel is donkergrijs en iets korter dan die van de man. De poten zijn lichtgrijs en hebben een iets ruwere textuur. De iris is donkerbruin, met een nauwelijks zichtbare oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een egaler bruin verenkleed zonder de glans van volwassen vogels. De kop en nek zijn iets lichter, met een vage streep over de ogen. De borst en buik zijn uniform bruin, met een matte afwerking. De vleugels hebben een lichte bandering, die minder uitgesproken is dan bij volwassenen. De snavel is grijs en recht, met een nog ontwikkelende vorm. De poten zijn lichtgrijs en hebben een gladde structuur. De iris is donkerbruin, zonder opvallende oogring.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, donzig verenkleed dat lichtbruin van kleur is. De snavel en poten zijn lichtgrijs en nog in ontwikkeling.