Rouwtortel

Streptopelia lugens

Log in om deze soort toe te voegen

De Rouwtortel behoort tot het geslacht Streptopelia uit de familie van duiven (Columbidae)

.

Deze duivensoort komt vooral voor in de hooglanden van Oost-Afrika, van Ethiopië en Kenia tot Oeganda en Tanzania, maar ook op het Arabisch Schiereiland en in beperkte delen van Centraal-Afrika. Hij voelt zich thuis in vochtige bergbossen, gemengde bossen en soms in cultuurlandschappen op hoogtes van 1500 tot 3000 meter. Deze standvogel leeft doorgaans solitair of in kleine groepjes, zoekt voedsel op de grond en vlucht schuw en onopvallend weg door het bos. Als lokroep laat hij een zacht kirrend geluid horen.

Rouwtortel
Dusky Turtle Dove
Trauerturteltaube
Tourterelle à poitrine rose

Taxonomische indeling

Bird Order
Duiven (Columbiformes)
Bird Family
Duiven (Columbidae)
Bird Genus
Streptopelia

Ringmaat

Man 6.0 mm Vrouw 6.0 mm

Welzijnsadviezen

Duiven

Voor het welzijn van duiven is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag.  De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.

  • Ruimte: per koppel wordt ongeveer 1,6–5 m² geadviseerd, afhankelijk van soort en grootte. Voor volières wordt ongeveer 3 m² en 1,8 m hoogte aangeraden.
  • Klimaat: zorg bij voorkeur voor beschutting tegen weer en wind. Tropische soorten hebben baat bij een vorstvrij verblijf (minimaal 15 °C).
  • Sociaal: duiven voelen zich prettiger in gezelschap; het is daarom aan te bevelen ze ten minste in paren te houden. Tijdens het broedseizoen helpt het om nestgelegenheid en nestmateriaal aan te bieden.
  • Volière/uitloop: zitstokken op verschillende hoogten en een wekelijkse badgelegenheid dragen bij aan het welzijn van de dieren.
  • Voeding: kies voor graan- en zadenmengsels afgestemd op de soort. Voor fruitduiven zijn fruit en bessen een goede basis. Zorg daarnaast altijd voor grit en vers drinkwater.
Huisvestingsrichtlijnen Duiven

Man:
Het mannetje is een vrij forse tortelduif van circa 30-32 cm lengte. De kop en nek zijn lichtgrijs, terwijl de borst een zachte rozegrijze zweem heeft. De rug en vleugels zijn donkerder grijsbruin. Opvallend is de brede, zwarte halsband die zich achter op de nek bevindt en scherp contrasteert met het grijs van de hals. De buik is vuilwit tot lichtgrijs. De staart is middellang met donkere middelste pennen en een brede, witte eindband, goed zichtbaar in vlucht. De snavel is zwart, de poten zijn rood, en de iris is oranjerood met een smalle, bleke oogring.

Vrouw:
Het vrouwtje is zeer gelijkend op het mannetje, maar gemiddeld iets kleiner en doffer van tint. De rozegrijze zweem op de borst is minder uitgesproken, en de zwarte halsband kan iets smaller of valer zijn. De snavel, poten en iris zijn gelijk aan die van het mannetje.

Juveniel:
Juvenielen zijn matter en meer bruinachtig van kleur. De borst is grijsbruin zonder roze zweem, en de kenmerkende zwarte halsband ontbreekt of is slechts vaag aanwezig. De vleugels zijn bruin met bredere lichte randen die een geschubd effect geven. De snavel is donkergrijs, de poten vleeskleurig tot roodachtig, en de iris zeer donker. De volwassen halsband ontwikkelt zich pas na de eerste rui.

Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met geelachtig grijs dons. De snavel is kort en donkergrijs met een zachte washuid, de poten vleeskleurig en de iris zwartbruin. Tijdens de eerste weken ontwikkelen zich de bruinachtige veren, waarna bij het ouder worden de kenmerkende grijstinten en halsband zichtbaar worden.