Salvadori eend

Salvadorina waigiuensis

Log in om deze soort toe te voegen

De Salvadori eend behoort tot het geslacht Salvadorina uit de familie van eenden, ganzen en zwanen (Anatidae).

Deze kleine eend is endemisch in Nieuw-Guinea en leeft in snelstromende bergbeken, rivieren en meertjes tussen 600 en 4000 meter hoogte. Het is een schuwe, vooral nachtdier dat zich voedt met planten, insecten en mogelijk kleine vissen. Het nest wordt vlak bij het water gebouwd, waar 2 tot 4 eieren worden gelegd in het droge seizoen.

Salvadori eend
Salvadori's Duck
Salvadori-Ente
Canard de Salvadori

Taxonomische indeling

Bird Order
Eendachtigen (Anseriformes)
Bird Family
Eenden, ganzen en zwanen (Anatidae)
Bird Genus
Salvadorina

Ringmaat

Man 9.0 mm Vrouw 9.0 mm

Welzijnsadviezen

Watervogels

Watervogels omvat een grote verscheidenheid aan watervogels, van kleine talingen tot grote zwanen. In de avicultuur vragen zij om ruime verblijven met water, graszones en beschutting. Ze bewonen uiteenlopende waterrijke gebieden en zijn uitstekend aangepast aan een leven op en rond het water. In de avicultuur vragen ze om ruime verblijven met voldoende zwemwater, zachte oevers en mogelijkheden om te grazen of foerageren. De inrichting en grootte van het verblijf hangen sterk af van de lichaamsgrootte en het gedrag van de soort. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.

  • Huisvesting: buitenverblijf met vijver en landgedeelte ca. 4–6 m² per klein paar (bijv. talingen) tot 15-20m² per groot paar (bijv. zwanen of grote ganzen); ondiepe en diepe zones; zachte oevers; binnenverblijf ± 2 m² per klein paar tot 6–10 m² per groot paar, droog en tochtvrij.
  • Klimaat: gematigd tot tropisch afhankelijk van soort; tropische soorten bij < 15 °C naar verwarmd binnenhok; schaduw en drainage belangrijk.
  • Sociaal: groepsdieren; te houden in kolonie of kleine groep; territoriaal tijdens broedperiode – voldoende ruimte voorkomt conflicten.
  • Voeding: watervogelvoer, granen, groenvoer en insecten afhankelijk van soort; dagelijks vers water beschikbaar voor foerageren en poetsen.
  • Overig: waterkwaliteit handhaven via doorstroming of verversing; nestgelegenheid in beschutte zones; rustige ligging en hygiëne essentieel voor welzijn.
Huisvestingsrichtlijnen watervogels

Man:
Het mannetje heeft een overwegend donkerbruin verenkleed met een lichte, fijn geschubde borst en flanken. De kop en hals zijn donkerder bruin met een lichte oogstreep die doorloopt tot achter het oor. De rug en bovenvleugels zijn donkerbruin met lichte veerranden, terwijl de buik vuilwit tot grijsachtig is. De vleugels tonen een zwak iriserende groene speculum. De snavel is grijsgroen, slank en enigszins naar beneden gebogen; de poten zijn geelgroen en de iris is donkerbruin.

Vrouw:
Het vrouwtje is vergelijkbaar met het mannetje, maar gemiddeld iets kleiner en matter van kleur. De oogstreep is vaak minder contrasterend. De snavel, poten en iris zijn gelijk aan die van het mannetje.

Juveniel:
Juvenielen zijn doffer en grijzer, met een minder duidelijke oogstreep en een egaler bruin lichaam. De snavel is valer grijs, de poten zijn vleeskleurig tot grauwgeel en de iris donker.

Kuiken:
De kuikens zijn donkerbruin donsachtig aan de bovenzijde en vuilwit tot geelachtig aan de onderzijde. Ze hebben een donkere kopkap en rugstrepen, met lichte wangen en een lichte keelvlek. De snavel is klein en grijs, de poten vleeskleurig en de iris donker.

Bekijk ook:

  • Tijdschrift 289