Vogel
Salvins duif
Salvins duif
Columba oenops
Log in om deze soort toe te voegenDe Salvins duif behoort tot het geslacht Columba uit de familie van duiven (Columbidae)
.
Deze kwetsbare duivensoort komt vooral voor in het westen van Ecuador en het noorden van centraal Peru, met name in de droge bosgebieden en wilgenbossen langs rivieren in de Marañónvallei op hoogtes van 850 tot 2400 meter. Ze bewonen daarnaast ook mangoplantages en gebieden met struikachtige vegetatie en cactussen. De vogels voeden zich waarschijnlijk met zaden en vruchten in kleine groepen, maar hun gedrag is verder weinig bestudeerd. Jacht en verlies van natuurlijk leefgebied bedreigen hun bestaan, waardoor ze voornamelijk in moeilijk toegankelijke gebieden overleven en als gevoelig op de internationale rode lijst staan.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Duiven (Columbiformes)
- Bird Family
- Duiven (Columbidae)
- Bird Genus
- Columba
Ringmaat
Man 7.0 mm Vrouw 7.0 mmWelzijnsadviezen
Duiven
Voor het welzijn van duiven is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.
- Ruimte: per koppel wordt ongeveer 1,6–5 m² geadviseerd, afhankelijk van soort en grootte. Voor volières wordt ongeveer 3 m² en 1,8 m hoogte aangeraden.
- Klimaat: zorg bij voorkeur voor beschutting tegen weer en wind. Tropische soorten hebben baat bij een vorstvrij verblijf (minimaal 15 °C).
- Sociaal: duiven voelen zich prettiger in gezelschap; het is daarom aan te bevelen ze ten minste in paren te houden. Tijdens het broedseizoen helpt het om nestgelegenheid en nestmateriaal aan te bieden.
- Volière/uitloop: zitstokken op verschillende hoogten en een wekelijkse badgelegenheid dragen bij aan het welzijn van de dieren.
- Voeding: kies voor graan- en zadenmengsels afgestemd op de soort. Voor fruitduiven zijn fruit en bessen een goede basis. Zorg daarnaast altijd voor grit en vers drinkwater.
Man:
Het mannetje is een middelgrote bosduif van circa 33-35 cm lengte. De kop en nek zijn lichtgrijs met een subtiele paarse glans op de achterhals. De borst is grijsroze tot lavendelpaars, de buik vuilwit tot lichtgrijs. De rug en vleugels zijn donkergrijsbruin met soms een zwakke groenige zweem. De staart is middellang, donkergrijs met een lichtere eindband. Een opvallend kenmerk is de rode washuid rond de snavelbasis, die contrasterend afsteekt tegen de grijzige kop. De snavel is grijs tot hoornkleurig, de poten zijn rood, en de iris is oranjerood tot geelachtig, vaak met een smalle bleke oogring.
Vrouw:
Het vrouwtje is gemiddeld iets kleiner en doffer van kleur. De borst is minder uitgesproken paarsachtig en neigt meer naar grijs. De rug en vleugels zijn matter bruin, de rode washuid is vaak minder intens van kleur. De snavel, poten en iris zijn gelijk aan die van het mannetje.
Juveniel:
Juvenielen zijn matter en meer uniform bruin van kleur. De bovenzijde is donkerbruin met brede lichte randen aan de veren, wat een geschubd effect geeft. De borst is grijsbruin, de buik vuilwit. De rode washuid rond de snavel ontbreekt nog. De snavel is donkergrijs, de poten vleeskleurig tot roodachtig, en de iris zeer donker. Pas bij de eerste rui ontwikkelen ze de paarsige borst en de rode snavelbasis van de adulten.
Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met kort, grijsbruin dons. De snavel is klein en donkergrijs, de poten vleeskleurig en de iris zwartbruin. Bij het uitvliegen verschijnen de eerste bruinachtige veren, waarna geleidelijk de typische borst- en kopkleuren en de rode washuid zichtbaar worden.