Vogel
Saunder's dwergstern
Saunder's dwergstern
Sternula saundersi
Log in om deze soort toe te voegenDe Saunder's dwergstern behoort tot het geslacht Sternula binnen de familie van Sterns (Laridae).
Deze kleine zeevogel komt voor langs de kusten van het Midden-Oosten, van de Rode Zee tot India en Sri Lanka, en overwintert in Maleisi�. Hij leeft vooral in kustgebieden, zoals stranden en ondiepe wateren, waar hij in kolonies broedt. De vogel is sterk afhankelijk van ongestoorde kustzones en zoekt zijn voedsel, voornamelijk kleine vis, door laag boven het water te vliegen en te duiken. Door verstoring en verlies van broedgebieden neemt het aantal langzaam af, maar hij staat momenteel niet als bedreigd op de Rode Lijst.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Steltloperachtigen (Charadriiformes)
- Bird Family
- Meeuwen (Laridae)
- Bird Genus
- Sternula
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Sterns
Sterns zijn elegante zee- en kustvogels die leven langs kusten, meren en rivieren. Ze foerageren voornamelijk op vis en broeden in kolonies op open zand- of grindvlaktes. In de avicultuur vragen Sterns om ruime verblijven met open water, overzichtelijke broedplaatsen en rustige omstandigheden. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: buitenverblijf met waterpartij en open landzone (60–80 m² per koppel); waterdiepte 40–80 cm; kale zand- of grindbodem; binnenverblijf ± 2–3 m² per vogel, droog en goed geventileerd.
- Klimaat: gematigd tot tropisch; temperatuur 5–25 °C; tropische soorten bij < 15 °C verwarmd binnenhok; bescherming tegen wind en regen.
- Sociaal: kolonievogels; groepshuisvesting aanbevolen; territoriaal tijdens broedperiode – voldoende ruimte per nest noodzakelijk.
- Voeding: kleine vissoorten en garnalen; voer in of bij het water aanbieden; altijd vers drink- en badwater beschikbaar.
- Overig: goede waterkwaliteit essentieel; broedplaatsen op open zand of kunstmatige eilanden; rustige ligging en dagelijkse hygiëne bevorderen welzijn en broedsucces.
Man:
De man heeft een overwegend wit verenkleed met een subtiele zilverachtige glans. De kop is voorzien van een zwarte kap die scherp contrasteert met de witte wangen. De nek en borst zijn helderwit, zonder zichtbare markeringen. De vleugels zijn grijs met een lichte, bijna zilverachtige tint aan de randen. De snavel is slank en geel met een zwarte punt. De poten zijn donkergrijs en hebben een gladde textuur. De ogen zijn donker met een dunne, nauwelijks zichtbare oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar met een iets doffere glans. De zwarte kap op de kop is iets minder uitgesproken en kan wat vervagen naar de nek. De vleugels hebben een subtiele grijze tint met minder uitgesproken randen. De snavel is geel, maar de zwarte punt is minder prominent. De poten zijn donkergrijs, vergelijkbaar met die van de man. De ogen zijn donker met een subtiele oogring. De borst en buik zijn helderwit, zonder markeringen.
Juveniel:
Juvenielen hebben een overwegend grijsachtig verenkleed met een matte uitstraling. De kop heeft een minder duidelijke zwarte kap, vaak met grijze vlekken. De vleugels zijn grijs met lichte, versleten randen. De snavel is geelachtig met een onduidelijke zwarte punt. De poten zijn lichter grijs en hebben een iets ruwe textuur. De ogen zijn donker zonder duidelijke oogring. De borst en buik zijn wit met een grijze waas.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een pluizig, grijsachtig dons. De snavel en poten zijn lichtgeel van kleur.