Scharrelaar

Coracias garrulus

Log in om deze soort toe te voegen

De Scharrelaar (synoniem: Europese scharrelaar) behoort tot het geslacht Coracias binnen de familie van Scharrelaars (Coraciidae).

De scharrelaar is een van de meest opvallend gekleurde vogels van Europa, met zijn felblauwe veren en bijna turkoois vleugels. Hij komt vooral voor in warme, zonnige laaglanden in het zuiden en oosten van Europa, waar hij leeft in open terreinen met oude bomen, heidevelden en halfwoestijnen. Vanaf hoge uitkijkposten jaagt hij op grote insecten, kleine reptielen en kikkers. In Nederland is hij een zeldzame dwaalgast, die vooral in mei en juni wordt waargenomen. De scharrelaar overwintert in tropisch Afrika en bouwt zijn nest in holen van bomen of oude gebouwen.

Scharrelaar
European Roller
Blauracke
Rollier d'Europe

Taxonomische indeling

Bird Order
Scharrelaars (Coraciiformes)
Bird Family
Scharrelaars (Coraciidae)
Bird Genus
Coracias

Ringmaat

Man 6.5 mm Vrouw 6.5 mm

Welzijnsadviezen

Scharrelaars

Scharrelaars zijn felgekleurde insecteneters uit Afrika en Eurazië. Ze zijn actief, territoriaal en brengen veel tijd door op uitkijkposten. In de avicultuur vragen ze om ruime, goed beplante volières met veel vliegruimte, zitplaatsen en nestgelegenheid. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: ruime volière (10–15 m² per koppel, 2,5–3 m hoog) met open vliegzones, horizontale zitstokken, takken en palen als uitkijkpunten; dichte beplanting voor beschutting; droog, tochtvrij binnenverblijf; nestkast ± 25×25×40 cm met ronde ingang (8–10 cm).
  • Klimaat: warmteminnend; temperatuur boven 18 °C; verwarmd binnenverblijf vereist in koude klimaten; goed geventileerd maar tochtvrij; voldoende zonlicht voor welzijn en activiteit.
  • Sociaal: leven in paren; tijdens broedperiode territoriaal – per koppel huisvesten; rustige, overzichtelijke omgeving bevordert natuurlijk gedrag.
  • Voeding: insecten (krekels, sprinkhanen, meelwormen) en zachtvoer voor insecteneters; aanvullen met fruit (banaan, vijg, bessen) en incidenteel kleine muizen of kuikens; in kweek extra dierlijk eiwit en vitaminen; altijd vers drink- en badwater.
  • Overig: voerplaatsen en zitstokken regelmatig reinigen; nestkasten buiten broedseizoen afsluiten of verwijderen; rust en overzicht bevorderen welzijn en broedsucces.
Huisvestingsrichtlijnen Scharrelaars

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

Europese soort (EG richtlijn)

Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.

De belangrijkste vereisten zijn:

  • Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
  • Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
  • Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
  • Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.

Man:
De man heeft een opvallend helderblauw verenkleed met een groene tint op de rug. De vleugels zijn diepblauw met zwarte uiteinden, wat een sterk contrast vormt. De kop is lichtblauw met een subtiele groene gloed op de nek. De borst en buik zijn helderblauw, zonder vlekken of bandering. De snavel is zwart en licht gebogen, met een kleine naakte huid aan de basis. De poten zijn oranje en glad, zonder schubben. De ogen hebben een donkere iris met een dunne, lichte oogring.

Vrouw:
De vrouw lijkt sterk op de man, maar heeft een iets doffere kleur. Haar verenkleed is minder glanzend, met een meer matte uitstraling. De vleugels zijn blauw met een minder uitgesproken zwart uiteinde. De kop en nek zijn lichtblauw, maar met een grijzere tint. De borst en buik zijn blauw, maar iets minder helder dan bij de man. De snavel is vergelijkbaar, zwart en licht gebogen. De poten zijn oranje, maar iets lichter van kleur.

Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer verenkleed met een overwegend grijsblauwe kleur. De vleugels zijn blauw met een minder uitgesproken zwart uiteinde. De kop en nek zijn grijsblauw, zonder de groene tint van volwassenen. De borst en buik zijn lichtblauw met een grijzige ondertoon. De snavel is donkergrijs en minder gebogen dan bij volwassenen. De poten zijn bleekoranje en minder opvallend. De ogen hebben een donkere iris met een onopvallende oogring.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne, grijze donslaag. Hun snavel is kort en lichtgekleurd.

Bekijk ook:

  • Tijdschrift 251